Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.3

Indiceren Huishoudelijke ondersteuning

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Kampen

De gemeente Kampen baseert de inzet van ondersteuning op het ‘Normenkader huishoudelijke ondersteuning 2019’ (bureau HHM) voor een schoon en leefbaar huis (zie afbeelding 1). Dit houdt in dat het huis normaal bewoond en gebruikt kan worden. Schoon betekent dat de basis hygiëne in orde is en dat vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s voor bewoners worden voorkomen. Leefbaar houdt in dat het huis opgeruimd en functioneel is, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Samen met de consulent wordt er gekeken welke onderdelen van het normenkader in de situatie van toepassing zijn. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt wat een hulp oppakt en wat de inwoner en zijn netwerk kan doen. afbeelding 1 Normenkader 7.3.1 Schoon en leefbaar huis Het normenkader bestaat uit verschillende onderdelen, zie afbeelding 1. De basis van huishoudelijke ondersteuning bevat alle schoonmaakwerkzaamheden die in het huis worden gedaan. Dit is het resultaat schoon en leefbaar huis. Er wordt samen met de consulent gekeken naar welke onderdelen van de basis schoon en leefbaar van toepassing zijn in de situatie van de inwoner. Het besluit of en wat voor huishoudelijke ondersteuning iemand nodig heeft, kan voor elke inwoner anders zijn. De werkzaamheden en bijbehorende tijd zijn gebaseerd op een gemiddeld huishouden. Een gemiddeld huishouden houdt het volgende in: een huishouden met 1 of 2 volwassenen zonder thuiswonende kinderen; wonend in een eigen huis (dus geen zorginstelling), gelijkvloers of met een trap; de inwoner kan de woning dagelijks op orde houden (bijvoorbeeld aanrecht afnemen, post opruimen) zodat deze gereed is voor de schoonmaak; de inwoner heeft geen mogelijkheden om zelf bij te dragen aan de activiteiten die moeten worden uitgevoerd; er is geen ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers bij activiteiten die moeten worden uitgevoerd; er zijn geen huisdieren aanwezig die extra inzet van ondersteuning vragen; er zijn geen beperkingen of belemmeringen aan de orde bij de inwoner die maken dat de woning extra vervuilt of dat de woning extra schoon moet zijn; de woning heeft geen uitzonderlijke inrichting en is niet extra bewerkelijk of extra groot. In het normenkader is, naast de directe tijd ook indirecte tijd opgenomen. Dit is tijd die nodig is voor binnenkomen, afspraken maken, het koffiemomentje en bijvoorbeeld het pakken en opruimen van schoonmaakmiddelen. Deze indirecte tijd is even noodzakelijk als de directe tijd om de beoogde resultaten te behalen. Een uitgebreide uitwerking van het HHM Normenkader huishoudelijke ondersteuning is te vinden op de website van HHM. In het normenkader zijn tijden opgenomen die bij elkaar een totaaltijd opleveren. Een totaaltijd is voldoende om de noodzakelijke activiteiten door een professional uit te laten voeren. Dit zijn geen instructietijden voor de uitvoering van specifieke activiteiten. Iedere situatie heeft een eigen verdeling van de totaaltijd over verschillende activiteiten. De inwoner maakt zelf met de hulp afspraken over hoe de werkzaamheden worden gedaan. Daarbij staat de totaaltijd vast. Persoonlijke voorkeuren van de inwoner leiden niet tot het extra inzetten van tijd. 7.3.2 Extra inzet De consulent bepaalt samen met de inwoner aan de hand van een onderzoek welke hulp nodig is. In het onderzoek wordt gekeken of met de eigen kracht, hulp van sociaal netwerk of algemene voorziening, een schoon en leefbaar huis kan worden bereikt. Wanneer er sprake is van (medische) beperkingen waardoor de basisondersteuning niet passend is, kan er extra inzet worden toegewezen. De consulent kan hierbij een medisch advies aanvragen om de impact van de beperking goed te kunnen beoordelen. Er kan 30 of 60 minuten extra tijd worden toegekend. Er wordt per situatie bekeken hoeveel extra tijd er nodig is. Een richtlijn is dat er 30 minuten extra wordt ingezet als er extra goed moet worden schoongemaakt. 60 minuten kan worden toegekend als er extra goed moet worden schoongemaakt, waardoor de hulp een extra keer in de week moet langskomen. De standaard situatie gaat uit van een huishouden van 1 à 2 personen. Wanneer er extra personen in het huishouden zijn, hoeft dit niet automatisch te betekenen dat er extra inzet van hulp nodig is. Deze extra personen kunnen wellicht zelf een deel van het huishouden doen, zie de beschrijving van gebruikelijke hulp in hoofdstuk 3. Alleen wanneer deze extra personen in het huishouden niet zelf de zorg kunnen leveren, dan kan er extra inzet worden toegewezen. In het normenkader wordt er een onderscheid gemaakt tussen een extra kamer ‘in gebruik’ en ‘niet in gebruik’. Met in gebruik bedoelen wij een kamer die dagelijks gebruikt wordt en essentieel (belangrijk) is voor het dagelijks leven. Dit gaat bijna altijd over een extra slaapkamer. Bijvoorbeeld: een echtpaar slaapt vanwege medische of persoonlijke redenen in twee slaapkamers. Als er kinderen thuis wonen met een eigen slaapkamer, wordt er eerst gekeken of zij zelf hun kamer kunnen schoonmaken. Hierbij gebruiken wij het protocol gebruikelijke hulp zoals beschreven in hoofdstuk 3. Wanneer de kinderen niet zelf kunnen meehelpen (bijvoorbeeld vanwege een eigen beperking of leeftijd), wordt er extra tijd toegewezen. Met kamers die niet in gebruik zijn, bedoelen wij de hobbykamer, bijkeuken, computerkamer enz. Dit zijn niet essentiële ruimten die de inwoner wel gebruikt, maar die niet wekelijks schoongemaakt hoeven te worden. Bijvoorbeeld eens in de twee weken of maandelijks is voldoende. Er wordt tijdens het onderzoek gekeken wat de inwoner en zijn netwerk kan doen om deze ruimte schoon te houden. Alleen als blijkt dat het huis zodanig extra wordt vervuild als deze ruimte niet worden schoongemaakt, kan hier extra tijd voor worden toegewezen. De zolder en garage vallen hierbuiten en worden niet meegenomen. De inrichting, staat en omvang van het huis worden meegenomen in de beslissing van de consulent. Dit betekent niet dat, wanneer deze afwijkt van het gemiddelde huishouden, er automatisch meer inzet wordt toegewezen. Er wordt altijd gekeken naar de eigen mogelijkheden. Een voorbeeld is een woning met een zeer volle inrichting van beeldjes en/of fotolijstjes. In dit geval kan de inwoner gevraagd worden om rekening te houden met de inrichting van het huis of dat de inwoner en zijn netwerk deze extra taak zelf oppakt. Er wordt in het algemeen geen extra tijd toegekend wanneer er huisdieren aanwezig zijn. Dit valt onder basisactiviteiten. Er kan een uitzondering worden gemaakt wanneer er sprake is van bijzondere hoeveelheid extra vervuiling. Werkzaamheden buiten het huis zoals de tuin en de buitenkant van de ramen, zijn uitgesloten van huishoudelijke ondersteuning. 7.3.3 Wasverzorging De inwoner kan ondersteuning krijgen bij wasverzorging wanneer de inwoner zelf niet meer de was kan doen. Concrete taken bij deze ondersteuning zijn het sorteren, wassen, drogen, opvouwen en opbergen van het wasgoed. Bedden- en linnengoed valt ook onder wasgoed. Een consulent bekijkt tijdens het onderzoek eerst of de inwoner of iemand vanuit het netwerk van de inwoner de was kan doen. Wanneer dit niet mogelijk is, dan kan er extra tijd worden toegekend voor de wasverzorging, zie afbeelding 1. Strijken wordt over het algemeen niet meer geïndiceerd, hier zijn in de vorm van strijkvrije kleding voorliggende oplossingen voor beschikbaar. 7.3.4 Boodschappen Boodschappen halen wordt in het algemeen niet meer geïndiceerd. Hier zijn veelal boodschappenservices voor beschikbaar als voorliggende oplossing. 7.3.5 Bereiden van maaltijden Wanneer u zelf geen maaltijden kunt klaarmaken, kunt u ondersteuning krijgen om u daarbij te helpen. U kunt gebruik maken van bijvoorbeeld uw eigen netwerk, kant- en-klaar maaltijden of hulp via de thuiszorg. Wanneer dit geen passende oplossing is, kan er extra tijd worden toegekend voor het bereiden van de maaltijd. De taken bij deze ondersteuning zijn broodmaaltijd bereiden, warme maaltijd opwarmen, maaltijd en benodigdheden klaarzetten, afruimen en afwassen of in- en uitpakken van de vaatwasser. Het doen van boodschappen en het koken van de warme maaltijd valt niet onder werkzaamheden van de hulp. 7.3.6 Regie Regie/organisatie De hulp heeft een signaleringsfunctie met betrekking tot de gezondheid en welzijn van de inwoner. Dit houdt in dat de hulp in de gaten houdt of er veranderingen optreden en indien nodig actie onderneemt. Deze functie is standaard onderdeel van het werk van de hulp. Wanneer de hulp een grotere rol heeft in de regie/organisatie rondom het huishouden, dan kan daar extra tijd voor worden toegewezen. Een voorbeeld is als de hulp wekelijks met u en/of uw netwerk om tafel gaat om zaken te regelen, zoals maken van een planning of zorgen dat afspraken worden nagekomen Advies, voorlichting en instructie (AVI) Er kan specifiek aandacht worden besteed aan het aanleren en samen uitvoeren van de activiteiten gericht op een schoon en leefbaar huis, de was-verzorging, boodschappen doen en bereiden van maaltijden. Dit heeft als doel om u zelfstandiger te maken in het huishouden. Dit traject kan maximaal voor 6 weken worden ingezet. Kinderen verzorgen Onderdeel van een leefbaar huishouden is ook de verzorging van minderjarige kinderen. Wanneer een inwoner door een beperking tijdelijk of structureel niet (meer) zelf de kinderen kan verzorgen en nog geen eigen oplossing heeft zoals een andere ouder of mantelzorg, dan kan de hulp hierbij tijdelijk ondersteunen. Activiteiten die hieronder kunnen vallen zijn: tasjes/lunchtrommel voor school klaarmaken, aankleden, wassen, eten geven, naar school/crèche brengen en naar bed brengen. Samen met de consulent wordt er een lijst met activiteiten bepaald en gekeken naar hoeveel tijd daarvoor nodig is. Dit is in elke situatie maatwerk.

Rechtspraak bij dit artikel