Voordat de gemeente de maatwerk ondersteuning in de vorm van begeleiding toekent, onderzoekt de gemeente of de inwoner zijn problemen kan verminderen of wegnemen door hulp uit het sociale netwerk van de inwoner, of door algemeen gebruikelijke voorzieningen, gebruikelijke hulp of door een beroep te doen op een andere regeling of organisatie. Voorbeelden van andere regelingen of organisaties zijn een reguliere sportvereniging, het algemeen maatschappelijk werk, welzijnsorganisaties of de praktijkondersteuner van de huisarts, of een beroep op een andere wet zoals de Jeugdwet, de Wlz, of de Zvw. Als het gaat om de begeleiding van jeugdigen, is de Jeugdwet aan zet. Heeft een inwoner een Wlz-indicatie, dan valt de begeleiding ook onder de Wlz. Heeft de inwoner begeleiding nodig in het kader van een medische behandeling, dan valt die begeleiding onder de Zvw. Als het gaat om dagbesteding kent de gemeente geen ondersteuning in de vorm van dagbesteding toe als een inwoner zijn beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie ook voldoende kan verminderen met bijvoorbeeld (vrijwilligers)werk of een participatietraject. Zie verder over de beoordeling van het recht op ondersteuning ook hoofdstuk 3 van deze beleidsregels.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.2
Maatwerk ondersteuning
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Kampen