**1..** De volgende feiten en/of gedragingen zijn niet-limitatief, relevant bij de beoordeling van het levensgedrag:
Geweldsdelicten;
Afpersing;
Afdreiging (chantage);
Bedreiging;
Belaging (stalking);
Dwang;
Drugsgerelateerde feiten (zowel gerelateerd aan de Opiumwet als gerelateerd aan regels omtrent onrechtmatig gebruik van of handel in geneesmiddelen of genotmiddelen);
Bezit en handel in wapens of munitie;
Overtreding van de helingverboden;
Overtredingen van de horecabepalingen van de APV of de Alcoholwet;
Overtredingen van de Wet op de kansspelen;
Mensenhandel;
Mensensmokkel;
Deelname aan criminele organisatie;
Discriminatie;
Zedendelicten;
Fiscale delicten;
Oplichting;
Fraude;
Valsheid in geschrift;
Valse aangifte;
Vals ID opgeven;
Verlaten plaats na ongeval;
Ondermijning;
Cybercrime;
Gedragingen waaruit blijkt dat tijdens exploitatie gevreesd moet worden dat aanwijzingen van de politie of toezichthouders niet nageleefd zullen worden;
Gedragingen die hebben geleid tot opgelegde bestuurlijke of handhavingsmaatregelen met betrekking tot een horeca-inrichting, tenzij deze maatregelen op geen enkele wijze aan de te beoordelen persoon (in bestuursrechtelijke zin) zijn te verwijten;
Ordeverstoringen, waarbij de te beoordelen persoon betrokken was.
**2..** Voor een Alcoholwetvergunning zijn daarnaast de volgende gedragingen relevant bij de beoordeling van het levensgedrag van leidinggevenden:
rijden onder invloed of andere alcohol gerelateerde gedragingen;
alle gedragingen, voor zover hierboven nog niet genoemd, die vermeld worden in artikel 3.4 lid 1 van het Alcoholbesluit. Deze gedragingen zijn ook relevant indien er geen sprake is van een veroordeling of wanneer niet wordt voldaan aan het gestelde in artikel 3.4 lid 2 en 3 van het Alcoholbesluit.
Hoofdstuk 2
Artikel 2:3
Feiten en gedragingen
Onderdeel van Beleidsregels beoordeling levensgedrag Voorne aan Zee 2026