Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2:3

Feiten en gedragingen

Onderdeel van Beleidsregels beoordeling levensgedrag Voorne aan Zee 2026

1.. De volgende feiten en/of gedragingen zijn niet-limitatief, relevant bij de beoordeling van het levensgedrag: Geweldsdelicten; Afpersing; Afdreiging (chantage); Bedreiging; Belaging (stalking); Dwang; Drugsgerelateerde feiten (zowel gerelateerd aan de Opiumwet als gerelateerd aan regels omtrent onrechtmatig gebruik van of handel in geneesmiddelen of genotmiddelen); Bezit en handel in wapens of munitie; Overtreding van de helingverboden; Overtredingen van de horecabepalingen van de APV of de Alcoholwet; Overtredingen van de Wet op de kansspelen; Mensenhandel; Mensensmokkel; Deelname aan criminele organisatie; Discriminatie; Zedendelicten; Fiscale delicten; Oplichting; Fraude; Valsheid in geschrift; Valse aangifte; Vals ID opgeven; Verlaten plaats na ongeval; Ondermijning; Cybercrime; Gedragingen waaruit blijkt dat tijdens exploitatie gevreesd moet worden dat aanwijzingen van de politie of toezichthouders niet nageleefd zullen worden; Gedragingen die hebben geleid tot opgelegde bestuurlijke of handhavingsmaatregelen met betrekking tot een horeca-inrichting, tenzij deze maatregelen op geen enkele wijze aan de te beoordelen persoon (in bestuursrechtelijke zin) zijn te verwijten; Ordeverstoringen, waarbij de te beoordelen persoon betrokken was. 2.. Voor een Alcoholwetvergunning zijn daarnaast de volgende gedragingen relevant bij de beoordeling van het levensgedrag van leidinggevenden: rijden onder invloed of andere alcohol gerelateerde gedragingen; alle gedragingen, voor zover hierboven nog niet genoemd, die vermeld worden in artikel 3.4 lid 1 van het Alcoholbesluit. Deze gedragingen zijn ook relevant indien er geen sprake is van een veroordeling of wanneer niet wordt voldaan aan het gestelde in artikel 3.4 lid 2 en 3 van het Alcoholbesluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel