Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 2.

Artikel 15.

Spreekrecht

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Soest 2026

1.. Elke burger en/of groepering heeft het recht om bij de behandeling van een agendapunt in een ‘De raad in gesprek met’-bijeenkomst of plenaire bijeenkomst maximaal 5 minuten in te spreken voor zover het betrekking heeft op het geagendeerde onderwerp. Er kunnen uitzonderingen gelden voor specifieke beeldvormende bijeenkomsten waar geen spreekrecht geldt, dat wordt vooraf door de agendacommissie duidelijk bij de agenda aangegeven. Het inspreken vindt plaats voorafgaande aan de behandeling van het betreffende agendapunt. Per agendapunt is maximaal 15 minuten beschikbaar voor het Spreekrecht. Indien er meer dan drie sprekers zijn, wordt de beschikbare tijd evenredig verdeeld; 2.. Het spreekrecht geldt niet voor onderwerpen die al beeldvormend zijn behandeld en daarna oordeelsvormend worden geagendeerd. Het spreekrecht is aan de orde bij de beeldvormende bijeenkomst over dat betreffende onderwerp. 3.. Bij ‘De raad in gesprek met’-bijeenkomsten of plenaire bijeenkomsten die speciaal voorzien zijn voor inspraak over het geagendeerde onderwerp wordt de spreektijd per inspreker door de agendacommissie bepaald. Indien er meer insprekers zijn dan de totale inspreektijd toelaat, besluit de Agendacommissie de totale spreektijd evenredig te verdelen over het aantal insprekers. 4.. Insprekers dienen zich, onder vermelding van naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres, vooraf aan te melden bij de griffier, uiterlijk om 12.00 uur op de dag van de vergadering. 5.. De griffier meldt na de sluitingstermijn van het aanmelden voor het spreekrecht de raad of er zich voor de vergadering insprekers hebben gemeld. 6.. Na afloop van de inbreng van de inspreker kan de voorzitter de raadsleden/fractieassistenten die als woordvoerder aan de bijeenkomst deelnemen gelegenheid geven de inspreker vragen ter verduidelijking te stellen. 7.. Na het uitspreken van de inspreektekst en het eventueel beantwoorden van vragen vanuit de raadsleden/fractieassistenten neemt de inspreker plaats op de voor toehoorders bestemde plaatsen. 8.. Elke burger en/of groepering heeft het recht om in het Besluit maximaal 5 minuten in te spreken over een niet eerder geagendeerd onderwerp. Onder “niet eerder” wordt verstaan een periode van 3 maanden voorafgaand aan het Besluit; Een uitzondering van het spreekrecht geldt voor: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; onderwerpen die het maken van keuzen en het doen van voordrachten of aanbevelingen van personen betreffen; een aangelegenheid waarover een klacht op grond van artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 9.. Een spreker veroorlooft zich geen beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen c.q. uitspraken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel