**1..** Een materiële voorziening is een zaak die noodzakelijk is om belemmeringen van de aanvrager bij het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak weg te nemen of te beperken. Alleen goederen of voorzieningen die aantoonbaar noodzakelijk zijn, worden verstrekt. Er wordt geen voorziening toegekend op basis van wenselijkheid, maar uitsluitend op basis van noodzaak in het licht van de doelstellingen uit het plan van aanpak.
**2..** Bij de beoordeling en toekenning van materiële voorzieningen wordt uitgegaan van een doelmatige en verantwoorde inzet van middelen. Daarbij wordt gezocht naar een oplossing die aansluit bij de persoonlijke situatie van de aanvrager, waarbij de voorkeur uitgaat naar een uitvoering die passend en toereikend is, zonder dat gekozen wordt voor een luxe of uitgebreide variant, mits de voorziening in redelijkheid bijdraagt aan het behalen van de doelstellingen uit het plan van aanpak.
**3..** Het college kan materiële voorzieningen tot zes maanden na het eerste gesprek toekennen. De feitelijke verstrekking van voorzieningen kan na deze periode nog plaatsvinden.
**4..** Materiële voorzieningen worden vastgesteld op basis van de richtbedragen uit de NIBUD-prijzengids voor gebruikelijke huishoudelijke uitgaven, hierna te noemen de NIBUD-normen, zoals deze gelden op het moment van toekenning. Het college hanteert hierbij de NIBUD norm vermeerderd met 30%, ter dekking van aanvullende kosten die niet in de standaardnormen zijn opgenomen.
**5..** Voor gebruikelijke huishoudelijke of persoonlijke goederen met een aanschafwaarde van minder dan € 1.250,– die niet in de NIBUD-normen voorkomen, maar aantoonbaar noodzakelijk zijn voor het behalen van de doelstellingen uit het plan van aanpak, kan het college een vergoeding verstrekken op basis van de gemiddelde marktprijs van een niet-luxe, standaardmodel.
**6..** Voor voorzieningen met een aanschafwaarde van € 1.250,– of hoger die niet in de NIBUD-normen voorkomen, wordt de vergoeding gebaseerd op de laagste prijs van ten minste twee offertes. Indien het college van oordeel is dat deze offertes onvoldoende basis bieden voor een zorgvuldige beoordeling, kan het verzoeken om een derde offerte. Het college beoordeelt vervolgens of de ingediende offertes een gedegen onderbouwing vormen voor de toekenning.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 13.
Materiële voorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen Bladel 2026