**1..** Het college stelt per vergunning het aantal te vergunnen deelauto’s vast tot een maximum van 500 per vergunning, waarbinnen zowel de voertuigcategorieën deelbestelauto als deelpersonenauto zijn toegestaan.
**2..** Het college kan toestaan dat een vergunninghouder tijdelijk meer deelauto’s exploiteert, op voorwaarde dat:
- - er sprake is van een tijdelijke vermindering van vervoermogelijkheden of een tijdelijke toename van de vervoervraag;
- - de afwijking geldt voor een periode van maximaal twaalf maanden; en
- - de afwijking ten hoogste twintig procent bedraagt van het maximaal aantal vergunde deelauto’s zoals vastgelegd in de vergunning.
**3..** De vergunninghouder plaatst op geen moment meer deelauto’s op of aan de weg dan het in zijn vergunning vastgestelde maximum, inclusief een eventuele tijdelijke verhoging als bedoeld in het tweede lid.