Naar hoofdinhoud
1.. Elke stichting van de fractie legt jaarlijks vóór 15 april verantwoording en volledige administratie met boekingsbescheiden af conform de in het controleprotocol en de handleiding opgenomen modellen en voorschriften. Het controleprotocol en de handleiding worden door de griffier opgesteld en door het presidium vastgesteld en op bevindingen jaarlijks aangepast. 2.. Op basis van de verantwoording wordt de subsidie vastgesteld. 3.. De stichting van de fractie die als gevolg van verkiezingen uit de raad verdwijnt dan wel ophoudt te bestaan, of door een fractie die tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, dient uiterlijk binnen twee maanden na de verkiezingen respectievelijk de kennisgeving als bedoeld in artikel 6, de verantwoording in over de periode van dat lopende jaar tot 1 april respectievelijk het moment van ophouden bestaan. 4.. Behoudens het gestelde in lid 1 van dit artikel legt in een verkiezingsjaar elke stichting van de fractie vóór 1 juni verantwoording en volledige administratie met boekingsbescheiden af over de eerste 3 maanden van het lopende jaar. De verantwoording over de resterende 9 maanden dient de stichting van de fractie in vóór 15 april van het jaar volgend op het verkiezingsjaar. De verantwoording vindt plaats conform lid 1 van dit artikel. 5.. Het Team Financiële Inrichting en Beheer controleert of de verantwoording in overeenstemming is met het gestelde in deze verordening (incl. bijlagen) en geeft hierover zijn oordeel. Bij de controle wordt een goedkeuringstolerantie gehanteerd ter hoogte van 1% van de uitgaven met een minimum ter hoogte van 1% van het voorschot van de subsidie van de grootste fractie in de gemeenteraad. Bij de berekening hiervan wordt de incidentele vaste component buiten beschouwing gelaten. Alle uitgaven, ongeacht het bedrag, worden in de controle betrokken. Voor alle uitgaven worden bescheiden overlegd. 6.. Indien een stichting nalaat de verantwoording in te dienen, een zodanige aanvraag niet tijdig of onvolledig indient, stelt het presidium de subsidie ambtshalve vast uiterlijk op 1 juli. Het presidium kan daarbij de subsidie lager vaststellen. De betaling van het tweede voorschot van het lopende jaar als bedoeld in artikel 4 lid 1 kan worden opgeschort, totdat de stichting de verantwoording heeft aangeleverd. Daarnaast zal betaling van het voorschot voor het daaropvolgende jaar plaatsvinden in drie termijnen (50%, 25% en 25%). De helft van de door de gemeenteraad vastgestelde subsidie wordt in januari uitgekeerd. De tweede termijn (25%) wordt in juli uitgekeerd, tenzij de stichting op dat moment de aanvraag tot vaststelling van de subsidie nog steeds niet (volledig) heeft ingediend bij de gemeenteraad. In dat laatste geval vindt uitbetaling plaats op het moment dat de stichting alsnog een volledige aanvraag heeft ingediend. Als de stichting op 15 juli wel de verantwoording over het voorgaande boekjaar heeft aangeleverd wordt de derde termijn (25%) in september van het betreffende jaar uitgekeerd. 7.. De Raadsgriffie publiceert jaarlijks het in lid 1 bedoelde overzicht op de website van de raad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel