Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 13

Voorwaarden aan de jeugdhulpaanbieder

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2026

1.. Er wordt geen individuele voorziening ingezet bij jeugdhulp aanbieders waarbij: De jeugdhulp hoofdzakelijk buiten Nederland wordt verleend, tenzij het college hiervoor vooraf schriftelijk toestemming heeft verleend indien is voldaan aan voorwaarden inzake; Aantoonbare noodzaak in het individuele geval; Borging van kwaliteit, toezicht en controleerbaarheid; Een begrensde duur en afspraken over evaluatie en beëindiging misbruik of oneigenlijk gebruik is vastgesteld; er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de integriteit van de aanbieder. Hiervan is in ieder geval sprake indien de aanbieder in de vier jaar voorafgaand aan het moment van beoordeling door het college: onherroepelijk is veroordeeld wegens, of een strafbeschikking is opgelegd voor, strafbare feiten die de veiligheid of kwaliteit van jeugdhulp in gevaar kunnen brengen; een bestuurlijke boete opgelegd heeft gekregen of een handhavingsmaatregel opgelegd heeft gekregen (zoals een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom, voor zover deze maatregelen verband houden met kwaliteit, veiligheid of rechtmatigheid van (jeugd)zorg; bestuursrechtelijke en/of fiscaalrechtelijke boetes opgelegd heeft gekregen; de jeugdhulpaanbieder zich niet professioneel gedraagt. Hiervan is onder andere sprake indien de aanbieder zich intimiderend opstelt, geen voorbeeldfunctie toont of er meerdere incidenten hebben plaatsgevonden binnen de uitvoering van zijn/haar functie. Een jeugdhulpaanbieder dient financieel gezond te zijn en er dient aan de financiële verplichtingen voldaan te worden, zodat de continuïteit van de zorg voor de jeugdige voldoende gewaarborgd is. De aanbieder kan worden gevraagd de meest recente jaarrekening te overleggen. In het geval van een organisatie zonder rechtspersoonlijkheid kan om een balans of resultatenrekening gevraagd worden, waaruit in ieder geval de gerealiseerde omzet en kosten gesplitst naar personele kosten en materiële kosten zijn opgenomen. 2.. Het college kan afzien van het inzetten van een individuele voorziening bij een jeugdhulpaanbieder indien ten aanzien van die aanbieder een actieve aanwijzing of herstelopdracht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd loopt, voor zover dit relevant is voor de veiligheid, kwaliteit of continuïteit van de in te zetten jeugdhulp. 3.. Er wordt geen pgb verstrekt ten behoeve van inzet aan een jeugdhulpaanbieder van wie van in de vijf jaar voorafgaand aan het moment van beoordeling het contract met de jeugdhulpregio is ontbonden wegens het niet voldoen aan de contractuele voorwaarden voor zover dit relevant is voor kwaliteit, veiligheid of rechtmatigheid. 4.. Voordat het college toepassing geeft aan dit artikel, baseert het college zich op verifieerbare feiten en omstandigheden, stelt het de aanbieder in de gelegenheid te reageren (hoor- en wederhoor) en motiveert het college waarom inzet van jeugdhulp via deze aanbieder niet verantwoord is, gelet op de belangen van de jeugdige en de vereiste proportionaliteit. 5.. Een jeugdhulpaanbieder neemt de regels in acht van de Wet normering topinkomens en de regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp.

Rechtspraak bij dit artikel