Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 29

Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen in natura en in de vorm van pgb’s

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2026

1.. Het college wijst één of meer toezichthouders aan die belast zijn met het toezicht op de naleving van deze verordening, het toekenningsbesluit, beleidsregels en – voor zover van toepassing – contractuele afspraken voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor de beoordeling van de rechtmatige en doelmatige inzet en besteding van individuele voorzieningen en Pgb’s, waaronder de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik. 2.. Het college onderzoekt met inachtneming van de Jeugdwet en de daarop gebaseerde regelgeving, de rechtmatigheid en doelmatigheid van individuele voorzieningen en de naleving van de door de gemeente gestelde kwaliteitseisen. Onder kwaliteitseisen wordt in dit artikel verstaan: eisen die door of namens de gemeente zijn gesteld of krachtens deze verordening, beleidsregels, het toekenningsbesluit en/of contractuele afspraken, voor zover deze zien op rechtmatigheid, doelmatigheid en controleerbaarheid (zoals administratie- en verantwoordingsverplichtingen, VOG-eisen, meldplichten en planmatige vastlegging/evaluatie en niet op de professionele standaard of zorginhoudelijke kwaliteit. 3.. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van pgb’s met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan. 4.. De aangewezen toezichthouder beschikt over de bevoegdheden als bedoeld in Hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en maakt daarvan uitsluitend gebruik voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de uitoefening van het toezicht (evenredigheid). Daaronder vallen in ieder geval: Het vorderen van inlichtingen; Het vorderen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden (waaronder – indien relevant – administratieve en verantwoordingsgegevens, declaratie en betaalgegevens, zorgovereenkomsten en Pgb-administratie; Het vorderen dat betrokkene zich identificeert (d.m.v. inzage van een identiteitsbewijs en het betreden van plaatsen voor zover de Awb dit toestaat. 5.. Een ieder is verplicht aan de toezichthouder de medewerking te verlenen, die redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.

Rechtspraak bij dit artikel