Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1

Artikel 6.

Intrekken vergunning

Onderdeel van Huisvestingsverordening Tilburg 2026

1.. Het college kan een vergunning als bedoeld in artikel 2 van deze huisvestingsverordening jo. artikel 21 van de wet intrekken indien: niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, de aanvrager conform vergunning is overgegaan tot onttrekking of omzetting; niet binnen twee maanden na een eigendomswisseling na aankoop van het pand een melding is gedaan van de eigendomswisseling. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren, en de vergunning zou zijn geweigerd als de juiste of de volledige gegevens bekend waren geweest; de bij de vergunning gestelde voorwaarden en voorschriften niet worden nageleefd; de omstandigheden op grond waarvan de vergunning is verleend niet meer aanwezig zijn; het pand weer als zelfstandige woonruimte in gebruik is. de vergunninghouder hier schriftelijk om verzoekt. 2.. Een vergunning als bedoeld in artikel 2 van deze huisvestingsverordening jo. artikel 21 van de wet kan eveneens worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Rechtspraak bij dit artikel