Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Mandaat aan werknemers

Onderdeel van Mandaatregeling gemeente Zwartewaterland

1.. Het college en de burgemeester beogen een voortvarende uitvoering van de reguliere werkzaamheden. Daarom is het uitgangspunt dat mandaat zo laag mogelijk in de organisatie ligt. 2.. Het college en de burgemeester verlenen mandaat aan alle werknemers, met uitzondering van de bevoegdheden die het college en de burgemeester hebben voorbehouden aan: Zichzelf (bijlage 1 en bijlage 2); De gemeentesecretaris/algemeen directeur (bijlage 3); of De concernmanagers (bijlage 4). 3.. De in het tweede lid genoemde werknemers maken van het aan hen verleende mandaat slechts gebruik ten aanzien van: aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van hun eenheid, de aan hen opgedragen opgaven (programma, project of proces) of hun eigen werk-/beleidsterrein en, voor zover aan de orde; de aan hen toegekende budgetten. 4.. De gemeentesecretaris/algemeen directeur is bevoegd om mandaten die bij dit besluit zijn verleend aan concernmanagers, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, in te trekken en deze mandaten zelf uit te oefenen. Een dergelijk besluit wordt schriftelijk vastgelegd en ter informatie aan het college verzonden. 5.. De concernmanagers zijn bevoegd om mandaten die bij dit besluit zijn verleend aan werknemers die onder hen werken, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, in te trekken. Een dergelijk besluit wordt schriftelijk vastgelegd en ter informatie aan de gemeentesecretaris/algemeen directeur gezonden, tenzij het om een concrete, individuele en eenmalige aangelegenheid gaat. 6.. Bij het gebruik van de bevoegdheden, die conform dit artikel zijn gemandateerd, gelden de hiërarchische lijnen onverkort.

Rechtspraak bij dit artikel