**1..** Bij de vaststelling van het inkomen wordt een verstrekte individuele inkomenstoeslag buiten beschouwing gelaten.
**2..** Bij de bepaling van de draagkracht wordt uitgegaan van de bijstandsnorm zonder rekening te houden met eventuele kostendelers en/of vakantiegeld.
**3..** Bij de vaststelling van het inkomen wordt uitgegaan van het periodieke inkomen van de aanvrager gedurende de drie maanden voorafgaand aan de maand waarin de kosten zijn gemaakt. Van deze periode van drie maanden wordt een gemiddeld inkomen per maand berekend. Tenzij dit geen juist inzicht geeft.
**4..** Bij het in aanmerking te nemen inkomen (volgens artikel 32 en 33 van de Participatiewet) exclusief vakantiegeld geldt een vrijlating van 10% bovenop de van toepassing zijnde bijstandsnorm exclusief vakantiegeld. Van het inkomen dat hoger is dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, wordt in beginsel 100% als draagkracht in aanmerking genomen bij de vaststelling van de hoogte van de bijzondere bijstand.
**5..** In afwijking van het vierde lid wordt de draagkracht op nihil gesteld bij personen in een minnelijke regeling Schuldhulpverlening of via de WSNP (Wet schuldsanering natuurlijke personen).
**6..** Het op nihil stellen van de draagkracht als benoemd in lid 5 kan specifiek voor de kosten van bewindvoering voor- en achteraf met maximaal drie maanden worden verlengd.