Naar hoofdinhoud
1.. Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om gegevens die bij hem berusten in verband met eerdere bijstandsverlening als bedoeld in artikel 43a, eerste lid, van de Wet, te gebruiken, wanneer: dit gebruik leidt tot een voor de belanghebbende minder belastende aanvraag; de nieuwe aanvraag is ingediend binnen 12 maanden na het eindigen van de algemene bijstand; en, de eerdere bijstandsverlening is beëindigd vanwege: werkaanvaarding; een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 13 van de Wet; een vermogen boven de toepasselijke vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 van de Wet, waarbij belanghebbende eerst verantwoord moet interen op het vermogensoverschot. Hierbij geldt 1,5 keer de bijstandsnorm als beoordelingsmaatstaf voor verantwoord interen; of een verblijf buiten de gemeente. 2.. Voorafgaand aan het gegevensgebruik gaat het college bij een belanghebbende ten minste na of er wijzigingen zijn in de volgende gegevens: het hoofdverblijf; de gezinssituatie; en het inkomen en het vermogen. 3.. Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraagprocedure van een uitkering, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de Ioaw.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel