Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Juridisch kader

Onderdeel van Beleidsregels Terrassen 2026 e.v.

2.2.1Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Deze beleidsnota is van toepassing op alle terrassen zoals bedoeld in de APV. Voor het plaatsen van deze terrassen is van gemeentewege in alle gevallen een vergunning vereist. Op grond van artikel 2.28b eerste lid van de APV is het verboden om zonder vergunning van de burgemeester een terras te exploiteren. In artikel 2.28 staat een aantal redenen op grond waarvan een vergunning om een terras te exploiteren door de burgemeester kan worden geweigerd. Dit kan onder andere zijn omdat de exploitatie van een terras in strijd is met een geldend bestemmingsplan of omdat de woon-/leefsituatie in de omgeving van het terras en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Daarnaast kunnen op grond van artikel 1.4 van de APV voorschriften of beperkingen aan een vergunning of ontheffing worden gekoppeld. 2.2.2 Omgevingsplan Het omgevingsplan bevat niet alleen de regels over de bestemming van gronden (zoals het bestemmingsplan), maar ook bredere regels over de fysieke leefomgeving, zoals milieu, gezondheid en duurzaamheid. Het omgevingsplan biedt het toetsingskader voor de mogelijkheden van een terras. In sommige gevallen voldoen bestaande terrassen momenteel niet volledig aan de regels in het geldende omgevingsplan. Bij de actualisering zal worden onderzocht of deze afwijkingen kunnen worden opgelost. 2.2.3 Alcoholwet (AHW) In tegenstelling tot het omgevingsplan en de APV, die bepalen of een terras op een bepaalde (op de openbare weg gelegen) locatie is toegestaan, richt de Alcoholwet zich primair op de verstrekking van alcoholhoudende dranken. Dit gebeurt met het oog op de volksgezondheid en de sociaal-hygiënische aspecten van het horecabedrijf. De wet stelt onder andere eisen aan de leidinggevenden binnen het horecabedrijf. Daarnaast bepaalt de Alcoholwet dat een terras onderdeel is van een horeca-inrichting en als zodanig expliciet in de vergunning moet worden opgenomen. 2.2.4 Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) komen te vervallen. De regels over vergunningplichtige bouwwerken zijn nu opgenomen in de Omgevingswet en het daarbij horende Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Daarnaast bevat het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) regels over vergunningsvrije bouwactiviteiten. Op grond van de Omgevingswet moeten vergunningplichtige bouwwerken worden getoetst aan het gemeentelijke omgevingsplan en het welstandsbeleid, indien van toepassing. 2.2.5 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat de bouwtechnische voorschriften waaraan alle bouwwerken minimaal moeten voldoen, inclusief verbouwingen. De eisen in het Bbl hebben onder andere betrekking op (brand)veiligheid, toegankelijkheid, bruikbaarheid en milieu. Het Bbl stelt landelijke minimumeisen, maar gemeenten kunnen aanvullende regels opnemen in het omgevingsplan. Bij de realisatie of verbouwing van een terras moet worden voldaan aan de voorschriften uit het Bbl en het geldende omgevingsplan. 2.2.6 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat milieuregels voor bedrijven, waaronder horecabedrijven. Het Bal stelt eisen op verschillende milieuaspecten, zoals geluid, luchtkwaliteit, bodem, externe veiligheid, afval en afvalwater.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel