Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning intrekken:
indien niet binnen één jaar nadat de beschikking is afgegeven is overgegaan tot overschrijving in openbare registers van de akte van splitsing in appartementsrechten, bedoeld in artikel 109 Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of tot het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten;
indien de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
indien de feitelijke situatie wordt gewijzigd zodat deze afwijkt van de situatie zoals deze was ten tijde van de splitsing; en
indien niet wordt voldaan aan de ingevolge dit hoofdstuk bij de vergunning gestelde voorwaarden of voorschriften.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.6
Artikel 3.6.5
Intrekken vergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Diemen 2026