Voor toegestaan vervoer met een eigen, gemotoriseerd vervoermiddel wordt een vergoeding verstrekt naar de volgende regels:
per maand of kwartaal wordt een declaratie ingediend, waarin een opgave wordt gedaan van de dagen, waarop en het doel waartoe het vervoer heeft plaatsgevonden, alsmede van het aantal gereden kilometers en/of gemaakte parkeerkosten. Van de parkeerkosten dient een betalingsbewijs te worden overlegd;
de declaratie wordt ter fiattering, voorzien van de benodigde ontheffing als bedoeld in artikel 15:1:22:2, 3e lid onder b, c.q. 4e lid, voorgelegd aan de direct leidinggevende en daarna ter uitvoering aan de afdeling personeel en organisatie;
het aantal gereden kilometers en de parkeerkosten worden vergoed overeenkomstig de bedragen vermeld in artikel 40:1:1:4;
de declaratie, als bedoeld onder a. dient binnen een periode van 3 maanden na de declaratieperiode ingeleverd te zijn bij de afdeling personeel en organisatie
Indien een ambtenaar, die over de afgelopen 2 kalenderjaren voor gemiddeld meer dan 4.000 kilometer per jaar ten behoeve van de dienst gebruik maakt van een eigen motorrijtuig voor dienstreizen binnen de gemeente, gedurende een aaneengesloten periode langer dan 3 maanden wegens ziekte verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, wordt hem voor de duur van dit ziekteverzuim een vergoeding toegekend.
Deze vergoeding bedraagt 50% van de vergoeding geldend voor het onder lid 2 genoemde gemiddelde berekend over de periode van ziekte.
De vergoeding, als bedoeld in het vorige lid, geldt voor maximaal de duur van 18 maanden.
Tekst gewijzigd met ingang van 1 juli 2008, collegebesluit van 29 april 2008