Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3:1:1:18

Afbouw toelagen en vergoedingen

Onderdeel van CAR/UWO

Aan de ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage of vergoeding, die werd toegekend ingevolge deze verordening of daaraan voorafgegane bezoldigingsverordeningen, een blijvende verlaging ondergaat, wordt door het bestuursorgaan een aflopende toelage toegekend, indien: die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelagen bedoeld in artikel 3:1:1:11; en de ambtenaar de toelage, als bedoeld in artikel 3:1:1:13, direct voorafgaande aan vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten; in afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de ambtenaar van 55 jaar en ouder, wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikel 3:1:1:13 een blijvende verlaging ondergaat, een blijvende toelage toegekend indien de ambtenaar de toelage bedoeld in artikel 3:1:1:13 direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten; de in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar bereikt en hij, onmiddellijk voor de aanvang van die toelage, gedurende tenminste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking een toelage als bedoeld in artikel 3:1:1:13 heeft genoten, over in een blijvende toelage als bedoeld in het vorige lid; voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder een wezenlijke onderbreking verstaan, een onderbreking van langer dan twee maanden; het bestuursorgaan stelt voor de uitvoering van dit artikel nadere regels vast. Van de in lid 1 genoemde afbouwregeling zijn uitgezonderd de toelagen bedoeld in de artikelen 14 en 17.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel