Aan de ambtenaar, die buiten de werktijden die voor hem gelden krachtens de werktijdregeling, als bedoeld in artikel 4:2:0:6, ingevolge een schriftelijke aanwijzing van of namens het diensthoofd of op grond van de weersverwachting (temperaturen beneden de 3 graden C), zulks ter beoordeling van de opzichter, zich regelmatig of vrij regelmatig bereikbaar en beschikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te gaan verrichten in het kader van de gladheidbestrijding, wordt een toelage toegekend.
De vergoeding bedraagt 10% van het voor de ambtenaar geldende uurloon, met een minimum van het bij het maximum van schaal 6 behorende uurloon, voor elk uur, waarin de ambtenaar zich ter beschikking moet houden, voor zover deze uren vallen op zondag, nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de koningin wordt gevierd en iedere andere dag die daarboven door burgemeester en wethouders wordt aangewezen en 5% waarin hij zich ter beschikking moet houden, indien deze uren vallen op andere dagen.
De vergoeding wordt gestaakt zodra:
hij daadwerkelijk wordt ingezet bij calamiteiten/gladheidbestrijding
bij gladheidbestrijding hem door of vanwege de opzichter wordt medegedeeld, dat consignatie op grond van de weersomstandigheden niet meer noodzakelijk is.
De vergoeding voor het daadwerkelijk optreden bij gladheidbestrijding wordt conform de regeling overwerk, als bedoeld in artikel 3:2:1, in de vorm van overwerk uitbetaald.
De in dit artikel vermelde vergoedingen worden naar rato verminderd indien de betreffende ambtenaar de daarbij behorende werkzaamheden niet of ten dele verricht.