Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4a:3:2:4

Wijze van vervoer

Onderdeel van CAR/UWO

Gebruikmaking van eigen vervoermiddel: Voor de bepaling van de vrije vergoeding woon-werkverkeer op jaarbasis wordt uitgegaan van de volgende factoren: Het maximum aantal dagen voor vergoeding bedraagt 214 per jaar. Dit sluit aan bij het maximum zoals door de belastingdienst is voorgeschreven in de vaste vergoeding voor woon- werkverkeer. Hierbij is al rekening gehouden met kortstondige afwezigheid wegens vakantie, ziekte en verlof. Bij parttimers wordt dit herrekend conform het “Formulier vaststelling werktijden” zoals dit jaarlijks door het afdelingshoofd in januari aangeleverd dient te worden; De reisafstand is gemaximeerd op 75 kilometer enkele reis. De werknemer reist tenminste 36 weken naar zijn vaste arbeidsplaats. Bij indiensttreding of ontslag in de loop van het jaar of een part-time dienstverband vindt deze berekening naar evenredigheid plaats. De toegestane vrije vergoeding voor reiskosten woon-werkverkeer is dan op jaarbasis bij een fulltime dienstverband: 214 dagen x (2 x enkele reisafstand) x de belastingvrije vergoeding per kilometer. Gebruikmaking van het openbaar vervoer: Indien de werknemer per openbaar vervoer reist dan worden de daadwerkelijke kosten voor berekening van de vergoeding in aanmerking genomen. De vervoerbewijzen dienen aan de afdeling Personeel en Organisatie te worden overlegd.

Rechtspraak bij dit artikel