Burgemeester en wethouders kunnen per kalenderjaar maximaal 4 werkdagen aanwijzen, waarop de dienst is gesloten en de ambtenaren verplicht zijn vakantieverlof op te nemen. Onder vakantieverlof wordt in dit verband verstaan de verlofuren, zoals omschreven in voorgaande artikelen van dit hoofdstuk, dan wel de uren die zijn opgebouwd in het kader van de regeling werktijden, als bedoeld in de artikelen 4:2:0:1 tot en met 4:2:0:6.
De aanwijzing van de onder lid 1 genoemde dagen geschiedt, nadat instemming van de Ondernemingsraad is verkregen en dient plaats te vinden vóór 1 december voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de aanwijzing betrekking heeft.