Voor toegestaan vervoer met de beschikbare middelen van openbaar vervoer wordt een vergoeding verstrekt, waarbij tevens de werkelijke aanschafkosten van een persoonsgebonden OV-chipkaart (géén anonieme OV-chipkaart) eenmalig vergoed worden tijdens de vastgestelde looptijd van de kaart. De kosten van tussentijdse aanschaf wegens verlies of diefstal worden niet vergoed. De aanschafkosten worden pas vergoed als er sprake is van een gemaakte dienstreis met de persoonlijke OV-chipkaart.
De regels voor het indienen van een declaratie zijn als volgt:
per maand of kwartaal wordt een declaratie ingediend, waarin een opgave wordt gedaan van de dagen, waarop en het doel waartoe het vervoer heeft plaatsgevonden;
de declaratie wordt ter fiattering voorgelegd aan de direct leidinggevende en daarna ter uitvoering aan de afdeling Bedrijfsondersteuning;
de kosten worden, na overlegging van de benodigde bewijsstukken, vergoed tot de geldende maximum bedragen. Voor reizen met zowel de persoonsgebonden als de anonieme OV-chipkaart geldt dat een print van een transactie-overzicht moet worden bijgevoegd. Bij gebruik van de wegwerp OV-chipkaart wordt deze als bewijsstuk toegevoegd. Als genoemde bewijsstukken ontbreken, wordt de vergoeding belast uitgekeerd;
de declaratie, als bedoeld onder a. dient binnen een periode van 3 maanden na de gemaakte reis ingeleverd te zijn bij de afdeling Bedrijfsondersteuning.
Tekst gewijzigd met ingang van 1 juli 2008, collegebesluit van 29 april 2008Tekst gewijzigd met ingang van 1 april 2012, collegebesluit van 6 maart 2012