Voor medewerkers die onder de standaardregeling voor de werktijden vallen, wordt een gemiddeld arbeidspatroon in een rooster vastgelegd.
Dit basisrooster met gemiddeld arbeidspatroon geldt totdat een nieuw rooster wordt opgesteld.
In het geval dat leidinggevende en medewerker niet tot overeenstemming over het rooster kunnen komen, neemt de naasthogere leidinggevende het besluit.
De werktijd wordt elektronisch geregistreerd via het daarvoor beschikbare geautomatiseerde systeem. De medewerker is verplicht gebruik te maken van dit systeem.
De medewerker is verplicht in en uit te klokken, ook in geval van lunchpauze (binnen of buiten het gebouw) of dienstreis.
Slechts bij uitzondering is het toegestaan de begin- en eindtijden handmatig in te voeren in het systeem (bijvoorbeeld bij storing van de prikklokken).
De leidinggevende bepaalt wanneer een medewerker, naast de reguliere werkzaamheden, aanwezig moet zijn bij een afdelingsoverleg of ander noodzakelijk overleg. Daarnaast bepaalt de leidinggevende of de aanwezigheid bij raads- en commissievergaderingen noodzakelijk is. Per individuele medewerker maakt de leidinggevende hierover concrete afspraken.