Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 22

Toelating tot de sluis

Onderdeel van Havenverordening Dijk en Waard

1.. Het is uitsluitend toegestaan met een vaartuig gebruik te maken van de sluis, indien het betreffende vaartuig naar het oordeel van de havenbeheerder, gelet op de constructie en stabiliteit, geschikt is om op veilige wijze te worden geschut in de sluis. 2.. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, is het verboden met de navolgende vaartuigen, dan wel als zwemmer, gebruik te maken van de sluis: jetski’s; kano’s; kajaks; SUP-boards (stand-up paddle boards); roeiboten; drakenboten; overige vaartuigen die naar het oordeel van de havenbeheerder onvoldoende stabiliteit of geschiktheid bezitten, ongeacht of deze zijn voorzien van een motor. 3.. Het college kan van het in het eerste en tweede lid bepaalde ontheffing verlenen als dit in het belang van de openbare orde en veiligheid noodzakelijk is. Degene aan wie ontheffing is verleend houdt deze, of een kopie daarvan, aan boord van het schip. 4.. De havenbeheerder is te allen tijde bevoegd de toegang tot de sluis te weigeren aan vaartuigen waarvan de constructie of stabiliteit naar zijn oordeel onvoldoende is voor een veilige schutting. 5.. De havenbeheerder is voorts bevoegd de toegang tot de sluis te weigeren indien de schipper, of degene die het vaartuig bestuurt, naar het oordeel van de havenbeheerder in een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand verkeert, of onder zodanige invloed verkeert van alcohol, drugs of andere middelen, dat de veiligheid van de schutting of van andere gebruikers in gevaar kan worden gebracht.

Rechtspraak bij dit artikel