Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 24

Innemen van ligplaatsen

Onderdeel van Havenverordening Dijk en Waard

1.. Het is verboden met een schip een ligplaats in de haven in te nemen op andere dan door het college aangewezen ligplaatsen of op een aangewezen ligplaats die bestemd is voor een andere categorie ligplaats. 2.. Tussen 15 oktober en 15 april is het niet toegestaan met een schip een ligplaats in te nemen in de haven, met uitzondering van vaste ligplaatsen als bedoeld in artikel 25 en winterstalling zoals bedoeld in artikel 26. 3.. Het innemen van een door het college aangewezen ligplaats is slechts toegestaan na aanmelding bij de havenbeheerder en na verkregen toestemming van de havenbeheerder, dan wel na aanmelding via het digitale havenloket. 4.. Voor passantenplaatsen wordt toestemming verleend voor het innemen van een ligplaats voor maximaal 7 aaneengesloten dagen, met een maximum van 30 dagen per jaar. 5.. Indien tussen de periodes, waarin een schip in de haven aanwezig is, minder dan twee etmalen zijn gelegen, worden deze periodes voor de bepaling van de in lid 4 genoemde termijn, als aaneengesloten beschouwd. 6.. Het is verboden om langer met een schip een ligplaats in de haven in te nemen dan de termijn waarvoor toestemming is verleend door de havenbeheerders. 7.. Het in lid 6 bepaalde is niet van toepassing voor overschrijding van de daar genoemde termijn indien en voor zover de weersomstandigheden het vertrek van een schip uit de haven naar het oordeel van de havenbeheerder onverantwoord doen zijn. 8.. Door de havenbeheerder of middels de havenbetaalautomaat wordt een ligplaats aangewezen. 9.. Het is niet mogelijk een ligplaats vooraf te reserveren. 10.. Voor het innemen van een ligplaats is een havenrecht verschuldigd op grond van de Verordening op de heffing en invordering van Liggeld vaartuigen. Het havenrecht wordt voldaan aan de havenbeheerder of middels de havenbetaalautomaat. Indien het havenrecht wordt voldaan middels de havenbetaalautomaat dient de schipper het betaalbewijs zodanig in of op het vaartuig te plaatsen dat het, voor zover redelijkerwijs mogelijk, duidelijk zichtbaar is vanaf de kade of het water. 11.. De aanmelding en verkregen toestemming voor het innemen van een ligplaats ontheft de schipper niet van de verplichting zich ervan te vergewissen dat die plaats voor zijn schip veilig is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel