Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 13.

Overgangsbepaling jongere 18 tot 21 jaar met noodzaak zelfstandig wonen, niet zijnde verblijf in inrichting

Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand 2026-2027 gemeente Sluis

Dit artikel is uitsluitend van toepassing op jongeren van 18 tot 21 jaar die: vóór 1 januari 2026 bijzondere bijstand ontvingen voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan of; jongeren die vóór 1 januari 2026 een aanvraag voor bijzondere bijstand voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben ingediend. Het recht op bijzondere bijstand op grond van dit artikel blijft bestaan tot uiterlijk 1 januari 2029 of tot de dag waarop de jongere de leeftijd van 21 jaar bereikt. Voor deze jongeren geldt dat bijzondere bijstand kan worden verleend voor zover de noodzakelijke kosten van het bestaan uitgaan boven de geldende bijstandsnorm en in de hogere bestaanskosten niet kan worden voorzien door het delen van kosten met een ander, en er geen beroep op de onderhoudsplicht van de ouders kan worden gedaan. De jongere als bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht zijn onderhoudsrecht redelijkerwijs niet te gelde te kunnen maken als: de ouder(s) is/zijn overleden of in het buitenland woont/wonen; de jongere in het kader van de Wet op de jeugdzorg destijds buiten het gezin is geplaatst; de jongere op de ingangsdatum van de bijstandsverlening 12 maanden of langer zelfstandig woont; er sprake is van een acute crisissituatie, waarin door de minderjarige zelf geen verandering kan worden gebracht. De noodzakelijke kosten van het bestaan van de zelfstandig wonende alleenstaande dan wel alleenstaande ouder van 18 tot 21 jaar zoals bedoeld in lid 1, wordt gesteld op het normbedrag voor een persoon van 21 jaar inclusief vakantietoeslag in vergelijkbare omstandigheden. De bijzondere bijstand wordt vastgesteld op het verschil tussen dit bedrag en de van toepassing zijnde bijstandsnorm op basis van artikel 20 van de Pw. Jongeren die de Wet studiefinanciering 2000 (hierna: WSF) ontvangen komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand voor aanvulling levensonderhoud. WSF wordt als een toereikende voorliggende voorziening gezien voor levensonderhoud. Jongeren die een tegemoetkoming scholieren (hierna: WTOS) ontvangen kunnen wel in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor levensonderhoud. Bij de berekening dient dan enkel rekening gehouden te worden met het bedrag van de basistoelage voor levensonderhoud. Aanvulling is tot de WSF-norm, op deze manier worden WSF-ers en WTOS-ers gelijk behandeld. Voorwaarde is dat hij/zij noodgedwongen op zichzelf moet wonen en ook géén beroep kan doen op de onderhoudsplicht van zijn/haar ouders.

Rechtspraak bij dit artikel