Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 16.

Woonkostentoeslag

Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand 2026-2027 gemeente Sluis

Onder woonkosten wordt in dit artikel verstaan: bij een huurwoning de per maand geldende rekenhuur als omschreven in artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag, exclusief servicekosten; bij een eigen woning de tot een bedrag per maand omgerekende som van: de hypotheekrente na aftrek van de hiermee verband houdende belastingteruggaaf; de zakelijke lasten in verband met het eigendom van de woning de rioolrechten, het eigenaarsaandeel van de onroerendzaakbelastingen en het eigenaarsaandeel van de waterschapslasten; de premie van de opstalverzekering en aantoonbare onderhoudskosten eigen woning. Huurtoeslag geldt als een voorliggende voorziening. Woonkostentoeslag voor een huurwoning kan uitsluitend worden verstrekt indien: de belanghebbende huurtoeslag heeft aangevraagd en ontvangt, maar deze niet toereikend is om de noodzakelijke woonkosten te dekken. Het deel van de huur boven de rekenhuur (zoals vastgesteld in de Wet op de huurtoeslag) komt volledig voor bijzondere bijstand in aanmerking mits sprake is van een reële huurprijs servicekosten tellen niet mee in de huurtoeslag. de belanghebbende aantoonbaar geen aanspraak kan maken op huurtoeslag om redenen buiten zijn schuld. De woonkostentoeslag wordt verstrekt tot de datum waarop de belanghebbende wel in aanmerking komt voor huurtoeslag. De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die de belanghebbende gelet op zijn financiële situatie op grond van de Wet op de huurtoeslag per maand zou ontvangen. Een woonkostentoeslag bij een woning, woonwagen of woonschip in eigendom is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die de belanghebbende gelet op zijn financiële situatie op grond van de Wet op de huurtoeslag per maand ontvangt, indien het een huurwoning zou betreffen. De woonkostentoeslag kan worden verstrekt voor een periode van maximaal12 maanden. Aan deze verstrekking is de voorwaarde verbonden op grond van artikel 55 van de wet dat de belanghebbende naar vermogen tracht goedkopere passende woonruimte te vinden, tenzij het een toegewezen woning betreft in het kader van een gemeentelijk zorgproject. Indien de belanghebbende naar het oordeel van het college naar vermogen heeft getracht goedkopere passende woonruimte te vinden, maar dit niet is gelukt, kan de woonkostentoeslag met maximaal één jaar worden verlengd.

Rechtspraak bij dit artikel