De eigen kracht van de inwoner is een belangrijke pijler van de wet. Het uitgangspunt van de wet is immers dat de inwoner eerst kijkt in hoeverre hij zelf, of samen met zijn sociaal netwerk als dat mogelijk is, een bijdrage kan leveren aan het verbeteren van zijn situatie. De inwoner wordt gestimuleerd om zelf de regie te voeren en eigen mogelijkheden te benutten. Hiertoe behoort ook dat hij een beroep doet op familie en vrienden – zijn eigen sociaal netwerk – alvorens hij bij de gemeente aanklopt voor hulp. Het is immers normaal dat mensen iets doen voor hun partner, familielid of vriend als deze persoon niet geheel op eigen kracht kan deelnemen aan de samenleving. Het uitgangspunt is dus dat iedere inwoner eerst kijkt wat hij zelf kan doen, wat zijn sociale omgeving voor hem kan doen of wat hij zelf voor een ander kan doen. Oplossingen die een inwoner zelf redelijkerwijs kan realiseren gaan voor op het verstrekken van een maatwerkvoorziening.
Eigen verantwoordelijkheid betekent bijvoorbeeld ook de aanschaf en het gebruik van zoveel mogelijk strijkvrije kleding om onnodig beroep op een hulp te voorkomen. Ook nieuwe technische mogelijkheden kunnen worden betrokken bij de afwegingen. Via algemene voorlichting kunnen inwoners worden geïnformeerd over hun eigen verantwoordelijkheid voor het tijdig nemen van maatregelen die leiden tot zelfredzaamheid en participatie. Bijvoorbeeld bij het organiseren van zorg, het aanschaffen van hulpmiddelen en het geschikt maken en houden van hun woningen. Maar ook over het tijdig verhuizen naar een meer geschikte woning zodra er beperkingen ontstaan. De eigen verantwoordelijkheid komt tijdens het gesprek met de inwoner aan de orde.
Sociaal netwerk
Het sociaal netwerk bestaat uit personen uit de huiselijke kring (familieleden, huisgenoten, de (voormalig) echtgenoot en mantelzorgers) en andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt. Deze laatstgenoemde personen zijn personen met wie de inwoner regelmatig contacten onderhoudt, zoals bijvoorbeeld buren, collega’s en medeleden van een vereniging.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.2
Eigen kracht
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Oss 2026