Allereerst beoordeelt het college wat de mogelijkheden van de inwoner zijn.
Daarna beoordeelt het college of er sprake is van gebruikelijke hulp vanuit het gezin/huisgenoten en de mogelijkheden van mantelzorg vanuit het sociaal netwerk. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van het Protocol Gebruikelijke hulp (Bijlage 2).
Vervolgens onderzoekt het college of er andere eigen mogelijkheden zijn. Het college kijkt hierbij naar voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen en of deze beschikbaar zijn en een oplossing bieden.
Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van de situatie, zal het college beoordelen of de inwoner gebruik kan maken van de algemene voorziening hulp bij huishouden. Als de inwoner hier gebruik van kan maken volgt er een verwijzing richting de aanbieder.
In de gevallen waarbij inzet van de algemene voorziening niet toereikend is, zoals bij regieprobleem wordt er maatwerk ingezet. Let op: mocht iemand uit het netwerk de regie over kunnen nemen waardoor er geen sprake meer is van een regieprobleem, dan kan een algemene voorziening alsnog toereikend zijn.
De maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning kan door het college worden toegekend in zorg in natura (ZIN) of in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb).
Het college houdt bij de afwegingen rekening met de belangen van mantelzorgers en diens dreigende overbelasting.
HOOFDSTUK 5 › Paragraaf 5.1
Artikel 5.1.2
Beoordeling van een aanvraag voor hulp bij het huishouden
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Oss 2026