Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5 › Paragraaf 5.4

Artikel 5.4.5

Voorzienbaarheid

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Oss 2026

Van inwoners mag worden verwacht dat zij, voor zover redelijk, maatregelen treffen om hun woning zo mogelijk af te stemmen op hun situatie, beperkingen en levensfase. Daar hoort bij dat bij een verhuizing, bij de keuze voor een woning en bij de aanschaf van een woonvoorziening rekening gehouden wordt met de gezondheidssituatie en te verwachten beperkingen. Wanneer een inwoner bij een verhuizing of bij de aanschaf van een woonvoorziening onvoldoende rekening heeft gehouden met een bestaande beperking en of met te verwachten ontwikkelingen daarvan, kan een aanvraag voor een woningaanpassing of andere maatwerkvoorziening worden geweigerd. Een voorbeeld hiervan kan zijn; een inwoner met een loopbeperking verhuist naar een woning met een (steile) trap. Wanneer een inwoner bewust een keuze maakt die voorzienbaar leidt tot een concreet probleem, mag ervan worden uitgegaan dat de inwoner dit had kunnen voorzien. In dergelijke gevallen kan een aanvraag voor een voorziening worden afgewezen. Beoordeling voorzienbaarheid Bij de beoordeling van een aanvraag onderzoekt het college of het probleem voorzienbaar was. Daarbij wordt onder meer meegewogen (niet limitatief): Was de problematiek van de inwoner al bekend; Wat waren de te verwachten ontwikkelingen naar aanleiding van de problematiek; Was al duidelijk welke ondersteuning of oplossing passend zou zijn; Of van de inwoner redelijkerwijs verwacht kon worden dat hij zich tijdig heeft georiënteerd op mogelijke oplossingen; Of de woning die wordt verlaten passend is of passend te maken is; Of de beoogde woning passend is of passend te maken is; Of het sociaal netwerk van de inwoner een bijdrage kon leveren. Als de hulpvraag wel voorzienbaar was, maar het niet redelijk is van de inwoner te verwachten dat hij de situatie geheel had kunnen voorkomen, kan alsnog een maatwerkvoorziening worden verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel