Provinciewet art. 32-2: Bij hoofdelijke oproeping is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem voor of tegen uit te brengen.
Ieder Statenlid kan verzoeken om hoofdelijke stemming.
Vóór de hoofdelijke oproeping haalt de voorzitter een nummer uit een envelop waarin zich evenveel nummers bevinden als het aantal leden dat Provinciale Staten telt. Dit nummer correspondeert met een naam op de presentielijst. De stemming begint bij dit Statenlid en vervolgens volgt de voorzitter de volgorde van de presentielijst.
De leden van Provinciale Staten brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.
De griffier houdt de uitgebrachte stemmen bij op een stemlijst. De uitslag van de stemming wordt aan de hand van deze stemlijst bepaald.
Heeft een Statenlid zich bij het uitbrengen van de stem vergist, dan kan die deze vergissing nog herstellen voordat het volgende Statenlid gestemd heeft. Bemerkt het Statenlid de vergissing pas later, dan kan die nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen van de vergissing; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.
6.3 Stemmen over personen – schriftelijke stemming
Hoofdstuk 6
Artikel 39
Werkwijze hoofdelijke stemming
Onderdeel van Reglement van Orde Provinciale Staten provincie Utrecht 2026