Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 51

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van Orde Provinciale Staten provincie Utrecht 2026

1.. Ieder Statenlid kan schriftelijke vragen stellen aan Gedeputeerde Staten, aan een lid van dit college of aan de commissaris van de Koning. 2.. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en schriftelijk, voorzien van de naam van de indiener(s) – via de Statengriffie – ingediend bij het college van Gedeputeerde Staten. 3.. De leden van Provinciale Staten worden geïnformeerd over de ingekomen schriftelijke vragen. 4.. De indiener ontvangt binnen 30 kalenderdagen schriftelijk een inhoudelijk antwoord. 5.. Is beantwoording binnen deze termijn niet mogelijk, dan informeren Gedeputeerde Staten de indiener over de reden van de termijnoverschrijding en geven aan op welke termijn Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning de vragen beantwoorden. De overige leden van Provinciale Staten worden hierover ook geïnformeerd. 6.. De gevraagde antwoorden op de schriftelijke vragen worden aan Provinciale Staten als geheel gegeven.

Rechtspraak bij dit artikel