**1..** Ieder Statenlid kan inlichtingen vragen over een onderwerp dat niet op de agenda staat indien die van oordeel is dat Gedeputeerde Staten of een lid van dit college of de commissaris van de Koning aan Provinciale Staten verantwoording moeten afleggen voor het door hen gevoerde bestuur.
**2..** Het verzoek wordt uiterlijk 48 uur voor de vergadering – via de griffier - bij de voorzitter ingediend en bevat het onderwerp en de te stellen vragen. Het verzoek wordt zo spoedig mogelijk gedeeld met de leden van Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten.
**3..** In bijzondere gevallen kan de voorzitter, indien deze de behandeling urgent voorkomt, afwijking van de voorgeschreven termijn van indiening toestaan. Het voorstel moet dan in ieder geval vóór aanvang van de vergadering bij de voorzitter zijn ingediend.
**4..** Indien een derde deel van het aantal leden van Provinciale Staten het verzoek steunt dan vindt de interpellatie in dezelfde vergadering plaats.
**5..** In eerste termijn stelt de interpellant de vragen aan het college van Gedeputeerde Staten waarna beantwoording vanuit het college volgt. Enkel de interpellant kan interrupties plegen op deze beantwoording.
**6..** In tweede termijn kan de interpellant aanvullende vragen aan het college stellen. De overige fracties worden daarna in de gelegenheid gesteld aanvullende vragen te stellen waarna beantwoording vanuit het college volgt.
**7..** Bij interpellatie kan in derde termijn een motie worden ingediend door de interpellant.
Hoofdstuk 8
Artikel 58
Interpellatie
Onderdeel van Reglement van Orde Provinciale Staten provincie Utrecht 2026