Naar hoofdinhoud
1.. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die voldoen aan de bepalingen van deze regeling. 2.. De hoogte van de subsidie per aanvraag wordt door het college bepaald, met inachtneming van het subsidieplafond, op basis van: de aard, inhoud en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelstelling; een redelijke verhouding tussen de kosten van de activiteiten en de te verwachten resultaten. 3.. Het college kan een lager subsidiebedrag vaststellen dan is aangevraagd indien: de aangevraagde subsidie niet in redelijke verhouding staat tot de aard, omvang of inhoud van de daarmee beoogde activiteiten; en/of de aard, omvang of inhoud van de beoogde activiteiten niet in redelijke verhouding staan tot de doelstelling. 4.. Indien het totaal van de aanvragen die voldoen aan deze regeling het voor de betreffende activiteiten vastgestelde subsidieplafond overschrijdt, rangschikt het college de aanvragen op basis van een beoordeling van de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen van het betreffende artikel. Daarbij worden de volgende criteria betrokken: het beoogd effect van de activiteiten en de mate waarin de beoogde doelgroep wordt bereikt; de doelmatigheid van de activiteiten; de mate van aansluiting bij gemeentelijk beleid; de samenwerking met relevante netwerkpartners. 5.. Het college honoreert de aanvragen in volgorde van rangschikking totdat het vastgestelde subsidieplafond voor de betreffende activiteiten is bereikt. 6.. Indien aanvragen gelijk eindigen in de rangschikking en het voor de betreffende activiteiten vastgestelde subsidieplafond onvoldoende is om deze volledig te honoreren kan het college de beschikbare middelen naar rato verdelen.

Rechtspraak bij dit artikel