Naar hoofdinhoud
1.. De wijze waarop de subsidieontvanger de besteding van de subsidie moet verantwoorden, is geregeld in de Asv. 2.. De subsidieontvanger dient bij subsidies van meer dan € 5.000 en ten hoogste € 75.000 uiterlijk voor 1 juni van het jaar volgend op het betrokken kalenderjaar een aanvraag tot vaststelling in. 3.. De aanvraag zoals bedoeld in lid 2 bevat: een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan en wat mogelijk de effecten van deze activiteiten zijn geweest; een jaarrekening of financieel verslag met een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. 4.. In afwijking van artikel 15 van de Asv dient de subsidieontvanger bij subsidies van meer dan € 75.000 uiterlijk voor 1 juni van het jaar volgend op het betrokken kalenderjaar een aanvraag tot vaststelling in. 5.. De aanvraag zoals bedoeld in lid 4 bevat: een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan; een financieel verslag of jaarrekening met een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten; een balans van het afgelopen subsidietijdvak met toelichting; een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk registeraccountant; In geval van een gecombineerde subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 11, vijfde lid, dient de subsidieontvanger bij de aanvraag tot vaststelling een gescheiden verantwoording per subcategorie in. 6.. In aanvulling op artikel 15 van de Asv dient de aanvrager bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een financiële verantwoording te overleggen met een indeling die gelijk is aan de indeling van de begroting die bij de aanvraag tot verlening van de subsidie is verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel