Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6:

Artikel 20.

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen, pgb’s of financiële tegemoetkomingen.

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2026 Gemeente Valkenburg aan de Geul

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb of financiële tegemoetkoming, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb of financiële tegemoetkoming wordt verstrekt. 2.. De bijdrage voor maatwerkvoorzieningen, pgb of financiële tegemoetkomingen bedraagt 100% van de in artikel 2.1.4a lid 4 of 2.1.4 lid 3 van de wet genoemde bijdrage per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet, of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, of op basis van deze verordening geen bijdrage is verschuldigd. 3.. Er geldt geen eigen bijdrage: a.. voor rolstoelen; b.. voor de tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten; c.. voor personen tot 18 jaar met in achtneming van het bepaalde in lid 6 van dit artikel; d.. Binnen het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (“Omnibuzz”) is een algemeen gebruikelijke klantbijdrage aan de orde. Deze klantbijdrage is per 1 januari 2025 vastgesteld op €0,99 per (instap)zone, voor maximaal 590 zones per kalenderjaar, behoudens het gestelde in de nadere regels. Vanaf 590 zones geldt een klantbijdrage van € 6,32 per zone. De klantbijdrage wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd met de LTI-index en door de uitvoeringsorganisatie ‘Omnibuzz’ kenbaar gemaakt aan reizigers. e.. Bij aanpassingen in algemene en collectieve ruimte(n) in die gevallen waarbij het individueel gebruik daarvan door de cliënt niet aannemelijk dan wel geborgd is. f.. scootmobielen g.. Voor crisisopvang 4.. De kostprijs van een maatwerkvoorziening, pgb of financiële tegemoetkoming wordt als volgt vastgesteld: a.. De kostprijs voor een zaak wordt vastgesteld op maximaal 100% van de kosten van de goedkoopst adequate voorziening in natura, indien van toepassing inclusief onderhoud, verzekering en reparatie, zoals door het college aan een door haar gecontracteerde leverancier zou worden betaald. b.. De kostprijs voor een zaak die geen onderdeel uitmaakt van een contract tussen het college en een door haar gecontracteerde leverancier, wordt vastgesteld op maximaal 100% van de kosten van de goedkoopst adequate voorziening, indien van toepassing verhoogd met een bedrag voor onderhoud, verzekering en reparatie, vast te stellen door het college op basis van een offerte. 5.. De vaststelling van de eigen bijdrage door het college voor veilige opvang gebeurt als volgt: a.. De eigen bijdrage voor de veilige opvang bedraagt € 550,- per maand en wordt jaarlijks per 1 januari aangepast met maximaal de jaarmutatie van de CPI totale besteding (laatst vastgestelde basisjaar) zoals gepubliceerd door het CBS; b.. Deze eigen bijdrage geldt voor de cliënt die 18 jaar of ouder is en de eventuele minderjarige kinderen als tenminste 1 etmaal verblijf nodig is; c.. De bijdrage(n) voor een maatwerkvoorziening of pgb worden vastgesteld en geïnd door de instelling waar veilige opvang wordt geboden. Geen gegevensuitwisseling vindt plaats met het Centraal Administratiekantoor (CAK). 6.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. Zij zijn allen hoofdelijk aansprakelijk. 7.. Vaststelling en inning van de eigen bijdrage gebeurt op basis van de landelijke regels door het Centraal administratiekantoor (CAK). Uitzondering hierop vormt de eigen bijdrage voor veilige opvang. Zie lid 5 van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel