Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 7.

Gebruikelijke hulp

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2026 Gemeente Valkenburg aan de Geul

1.. De cliënt komt pas in aanmerking voor een maatwerkvoorziening als hij zelf geen oplossing kan vinden voor de hulpvraag met gebruikelijke hulp. Dit is de normale, dagelijkse hulp die huisgenoten elkaar onderling moeten bieden, indien ze samen een duurzaam huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden en voor elkaar. 2.. Het college maakt bij de beoordeling of de (gebruikelijke) hulp van de huisgenoot verwacht mag worden onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties: a.. Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt. Het gaat hierbij om een aaneengesloten periode van maximaal drie maanden in een tijdsbestek van 12 maanden. b.. Langdurend: het gaat om chronische situaties waarin naar verwachting de hulp bij de zelfredzaamheid en/of participatie langer dan drie aaneengesloten maanden nodig is. 3.. Het college verwacht van huisgenoten dat zij in kortdurende situaties de benodigde hulp bieden. Het gaat hierbij ook om hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt. 4.. Het college verwacht van huisgenoten dat zij in langdurende situaties de gebruikelijke hulp bieden. Wat gebruikelijke hulp is, wordt bepaald aan de hand van de leden 5, 6 en 7, 5.. Bij de beoordeling of sprake is van gebruikelijke hulp in langdurende situaties houdt het college in ieder geval rekening met de volgende factoren betreffende de cliënt: a.. De aard van de relatie met de huisgenoot b.. De mate van hulp die cliënt nodig heeft c.. De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit d.. De mate van planbaarheid van de hulp e.. De behoeften en mogelijkheden van de cliënt. 6.. Bij de beoordeling of sprake is van gebruikelijke hulp in langdurende situaties houdt het college in ieder geval rekening met de volgende factoren betreffende de huisgenoot: a.. De leeftijd van de huisgenoot b.. De woonsituatie c.. De beschikbaarheid om de hulp te bieden, rekening houdend met verplichtingen die de huisgenoot heeft, bijvoorbeeld voor werk en sociale activiteiten d.. De kennis, kunde en leerbaarheid van de huisgenoot om de noodzakelijke hulp te bieden e.. De lichamelijke en mentale belastbaarheid van de huisgenoot f.. Of er sprake is van belemmerende problematiek bij de huisgenoot g.. Het belang van de huisgenoot om een inkomen uit arbeid te krijgen h.. De vraag of financiële problemen (kunnen) ontstaan door het bieden van de hulp 7.. Bij de belastbaarheid en bij (dreigende) overbelasting geldt bovendien het volgende: a.. Er moet een verband zijn tussen de (dreigende) (over)belasting en de hulp aan de cliënt. b.. Als de (over)belasting betrekking heeft op spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de hulpverlening aan de cliënt om, moet de huisgenoot eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen. c.. Bij een aanvraag voor een maatwerkvoorziening bekijkt het college wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen. d.. Als de (dreigende) (over)belasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de huisgenoot verwacht. 8.. Als sprake is van (dreigende) overbelasting, wordt geen pgb voor het verlenen van hulp aan cliënt door die huisgenoot verstrekt. Een al eerder hiervoor verleend pgb kan worden ingetrokken. Een andere zorgverlener kan worden ingezet voor de benodigde hulp.

Rechtspraak bij dit artikel