In deze verordening wordt verstaan onder:
college: burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis.
groepskamperen: de gelegenheid geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen op een kleinschalig kampeerterrein, door groepen uitgaande van een vereniging of andere organisatie, gerelateerd aan een evenement of activiteit in besloten kring.
kampeermiddel: een niet-vast kampeermiddel of vast kampeermiddel dat naar zijn aard en inrichting is bedoeld is voor recreatief nachtverblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben.
niet-vast kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto of caravan, dan wel enig ander niet-grondgebonden onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan voor zover geen bouwwerk zijnde, zonder een met de grond verbonden constructie, en dat dat naar zijn aard en verschijningsvorm niet bedoeld is om duurzaam ter plaatse blijven.
vast kampeermiddel: een op de grond staand of vast met de grond verbonden bijzonder bouwwerk in elk geval niet zijnde een chalet, stacaravan of daarmee vergelijkbaar bouwwerk, en dat naar zijn aard en verschijningsvorm bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven en direct of middels een ondersteuningsvoorziening steun vindt in of op de grond en daardoor als bouwwerk is aan te merken
Op een kleinschalig kampeerterrein heeft een vast kampeermiddel een maximale oppervlakte van 55 m².
kampeerseizoen: de periode van 1 januari tot en met 31 december.
kustgebied: het gebied binnen de gemeente Sluis zoals is aangeduid op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte overzichtskaart (bijlage 1).
landschappelijke inpassing: inpassing van het kleinschalig kampeerterrein door middel van bij voorkeur streekeigen beplantingssoorten, een en ander zoals is vastgesteld in de bij deze verordening gevoegde en vastgestelde beleidsnota "Richtlijnen landschappelijke inpassing gemeente Sluis" (bijlage 2).
ontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 2.2 van deze verordening.
stacaravan of chalet: een kampeermiddel uit één al dan niet- samengesteld geheel, dat in zijn geheel (over de weg) vervoerd kan worden.
standplaats: het gedeelte van een kampeerterrein bestemd voor de plaatsing van één kampeermiddel, inclusief bij dat kampeermiddel behorende ondergeschikte onderkomens, zoals bijzettenten.
terrein voor kleinschalig kamperen/kleinschalig kampeerterrein: een terrein of plaats, gelegen op een (voormalig) agrarisch bouwvlak en/of op direct daaraan grenzende gronden, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens de inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van maximaal 35 standplaatsen.
bijzonder kampeermiddel: een kampeermiddel dat aantoonbaar een uniek, niet seriematig vervaardigd karakter heeft, waarbij zowel het ontwerp, de constructie, het materiaalgebruik als het uiterlijk wezenlijk afwijken van gangbare, commercieel verkrijgbare kampeermiddelen.
vereveningsplan: een plan gericht op de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse, een en ander zoals is vastgesteld in de bij deze verordening gevoegde en vastgestelde "Toetsingscriteria verevening en overige voorwaarden uitbreiding kleinschalig kamperen gemeente Sluis"(bijlage 3)
vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2.1 van deze verordening.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening kleinschalig kamperen gemeente Sluis 2026