Naar hoofdinhoud
1.. Als een kelder eigendom is van een kwalificerende btw-ondernemer, wordt het bedrag als bedoeld in artikel 8 lid 1 verhoogd met een factor twee. Een keldereigenaar is een kwalificerende btw-ondernemer wanneer de natuurlijk- of rechtspersoon die eigenaar is van de kelder aangemerkt is of moet worden als een btw-ondernemer in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (zelfstandig een bedrijf uitoefent) en de kelder aangemerkt moet worden als ondernemingsvermogen van de btw-ondernemer als zodanig, dan wel wanneer de kelder op andere wijze ter beschikking staat aan de btw-ondernemer. De kelder behoort tot het ondernemingsvermogen van de btw-ondernemer of staat ter beschikking aan de btw-ondernemer als de kelder of het pand waartoe de kelder behoort (de kelder is een bestanddeel van het pand) geheel of gedeeltelijk door de keldereigenaar wordt verhuurd of in gebruik gegeven voor exploitatie. Als de btw-ondernemer het pand (deels) vrijgesteld van btw-heffing verhuurt zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet op de omzetbelasting 1968, dan leidt die verhuur nog steeds tot ondernemerschap in de zin van dit artikel. 2.. De eigen bijdrage wordt niet met een factor 2 verhoogd als de kwalificerende btw-ondernemer gebruik maakt van de kleinondernemersregeling zoals bedoeld in artikel 25 en verder van de Wet op de omzetbelasting 1968, of als de kwalificerende btw-ondernemer een stichting is die in haar statuten de instandhouding van cultureel erfgoed in haar doelstellingen heeft opgenomen. 3.. De keldereigenaar dient de gemeente op verzoek al die informatie aan te leveren op grond waarvan de gemeente kan beoordelen wat de in dit artikel besproken btw-status van de keldereigenaar is. De keldereigenaar dient op verzoek van de gemeente al die informatie aan te leveren op grond waarvan de gemeente kan beoordelen of een kelder en het pand waartoe de kelder behoort niet tot het ondernemingsvermogen van de btw-ondernemer behoort en niet op andere wijze ter beschikking staat aan de btw-ondernemer. De bewijslast voor deze kwalificatie ligt nadrukkelijk (ter vrije beoordeling van de gemeente) bij de keldereigenaar. 4.. De toepassing van deze beleidsregel en/of samenwerkingsovereenkomst mag niet resulteren in ongeoorloofde staatssteun voor ondernemingen. Indien blijkt dat de daadwerkelijke kosten de eigen bijdrage overschrijden, zal de gemeente onderzoeken of zij dit verschil in overeenstemming met Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (de De-minimisverordening), Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (de AGVV), althans enige verordening die hiervoor tijdens de looptijd van de beleidsregel in de plaats treedt, of in overeenstemming met enige andere regeling voor haar rekening kan nemen. Indien en voor zover de gemeente dit niet mogelijk acht, brengt zij voormeld verschil op basis van de samenwerkingsovereenkomst in rekening bij de keldereigenaar. 5.. Indien de daadwerkelijke kosten voor het herstel van de kelder de eigen bijdrage overschrijden en dit verschil (de steun) voldoet aan de algemene bepalingen en procedurele bepalingen in hoofdstuk I en II en artikel 53 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) (Verordening (EU) Nr. 651/2014 is de steun vrijgesteld van aanmelding bij de Europese Commissie. Deze steun is reeds kennisgegeven bij de Europese Commissie van de Beleidsregel herstel kelders werf biedt gemeenten, zaaknummer bij de Commissie SA. 122322 datum validering 13 februari 2026. 6.. Bij de behandeling van nadeelcompensatieverzoeken wordt als een keldereigenaar een nadeelcompensatieverzoek indient rekening gehouden met de waardestijging van zijn kelder als gevolg van de uitvoering van herstelmaatregelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel