Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Toegang jeugdhulp via het medisch domein

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Zoeterwoude 2026

1.. Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts. 2.. De huisarts, medisch specialist en jeugdarts verwijzen in beginsel naar jeugdhulpaanbieders waarmee de gemeente een contract- of subsidierelatie heeft. 3.. Jeugdhulp die na een verwijzing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend door een jeugdhulpaanbieder die geen contract- of subsidierelatie met de gemeente heeft, komt – behoudens verstrekking van een persoonsgebonden budget – niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking, indien het college soortgelijke jeugdhulp kan laten leveren door een gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieder. 4.. Indien er geen passend gecontracteerd aanbod beschikbaar is, volgt het college de verwijzing naar een niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieder. 5.. Als de jeugdhulpaanbieder na een verwijzing beoordeelt welke specifieke vorm van jeugdhulp nodig is en/of wat de omvang en de duur van de jeugdhulp is, houdt hij zich daarbij aan de regels in deze verordening en de afspraken die hij met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie. 6.. De huisarts, medisch specialist of jeugdarts kan met toestemming van de ouder de hulpvraag voorleggen aan de gemeentelijke toegang ter consultatie en advies.

Rechtspraak bij dit artikel