Als een jeugdige of zijn ouder(s) in aanmerking komen voor een individuele voorziening, maar de jeugdhulp zelf wensen in te kopen door middel van een pgb, dienen de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger daartoe een pgb-plan in. Het pgb-plan dient ter onderbouwing van de aanvraag. Het college beoordeelt de pgb-vaardigheid en ondersteunt de jeugdige/ouders zo nodig bij het opstellen van het plan.
In het pgb-plan is opgenomen:
Een gemotiveerde toelichting waaruit blijkt waarom het aanbod in natura niet passend is;
welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouder(s) willen inkopen met een pgb, inclusief het beoogde resultaat is, de duur en wanneer en hoe wordt geëvalueerd;
gegevens over de uitvoerder van de individuele voorziening in de wijze waarop de jeugdhulp georganiseerd wordt;
op welke wijze de kwaliteit van de in te kopen jeugdhulp is gewaarborgd;
de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief;
bij informele hulp: welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouder(s) willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk;
een motivering aan de hand van de tien punten benoemd in artikel 7.3 (pgb-vaardigheid) waaruit blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren.
Het college verstrekt uitsluitend een pgb als:
de individuele voorziening in natura, die wordt geleverd door een door het college gecontracteerde jeugdhulpaanbieder, gemotiveerd niet passend is;
uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid met inachtneming van artikel 7.3 (pgb-vaardigheid) blijkt dat de budgethouder of, indien van toepassing, de budgetbeheerder in staat is uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een pgb met zich meebrengt;
naar het oordeel van het college met inachtneming van artikel 7.5 (Kwaliteitseisen individuele voorziening in de vorm van een pgb) is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb-plan opgenomen beoogde resultaat.
Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van jeugdhulp, wat zich in ieder geval voordoet indien de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp in de vijf jaar voorafgaande aan de aanvraag:
fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd;
onherroepelijk is veroordeeld wegens strafbare feiten of overtredingen of waarvoor een strafbeschikking is opgelegd die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen;
veroordeeld is wegens het plegen van strafbare feiten tot een gevangenisstraf;
op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder.
Het college weigert een pgb als een wettelijke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1, vierde lid, van de wet van toepassing is.
Voor informele hulp als bedoeld in artikel 7.4 (onderscheid formele en informele hulp) wordt alleen een pgb verstrekt voor zover de individuele voorziening betrekking heeft op:
dagbesteding (inclusief respijtzorg) als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder c, sub iv;
begeleiding individueel als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder d, sub iii;
begeleiding groep als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder d, sub v.
Dit in verband met de doelmatigheid van de geboden hulp in combinatie met de complexere problematiek in de andere profielen. Tenzij het college anders besluit in belang van het kind.