Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 8.1

Overgang 18- naar 18+

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Zoeterwoude 2026

1.. Het college draagt zorg dat voor jeugdigen die de leeftijd van 18 jaar bereiken, en ook na hun 18e jaar een hulpvraag hebben tijdig afstemming plaatsvindt welke andere voorzieningen benodigd zijn. 2.. De afstemming genoemd in lid 1 vindt in principe plaats vanaf 16,5 jaar, doch uiterlijk 6 maanden voor hun 18e verjaardag. 3.. Ter uitvoering van de afstemming als bedoeld in lid 1 en 2 van artikel 8.1, stelt de jeugdhulpaanbieder voor jeugdigen die jeugdhulp krijgen vanaf het 16e jaar, met betrokkenheid van de jeugdige, het gezin en het college, een perspectiefplan op, waarin in ieder geval wordt opgenomen; welke hulp of ondersteuning vanaf de 18e verjaardag nodig is; hoe deze hulp wordt ingezet en vanuit welke wet deze wordt ingezet. 4. . Het perspectiefplan genoemd in lid 3 wordt beoordeeld door het college. 5. . Voor verlengde jeugdhulp geldt dat: dit alleen van toepassing is als er geen vergelijkbare voorziening beschikbaar is onder een andere wet; de hulp ingezet moet zijn voor de 18e verjaardag of het moet voor de 18e verjaardag zijn bepaald dat de hulp ingezet moet worden na het uitgevoerde onderzoek, als bedoeld in artikel 4.2 van deze verordening. Daarbij geldt ook dat er sprake kan zijn van verlengde jeugdhulp als er binnen een half jaar na de 18e verjaardag wordt geconstateerd dat hulp die voor de 18e verjaardag is beëindigd, toch nodig blijkt te zijn; (individuele) begeleiding na het 18e levensjaar behoort tot de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), behalve: als het gaat om hulp die voor 2015 onder de Wet op de jeugdzorg viel, bijvoorbeeld pedagogische gezinsbegeleiding, opvoedondersteuning of vaardigheidstrainingen. bij (individuele) begeleiding die samenvalt met verblijf vanuit de wet. 6.. Het college zorgt ervoor dat jeugdige en zijn ouder(s) zoals bedoeld in lid 1 gewezen worden op de consequenties dat deze zorg vanaf de 18e verjaardag van de jeugdige onder een andere voorziening valt, waarbij het college zich inspant voor de continuïteit van de zorg indien noodzakelijk. 7.. Voor pleegzorg en verblijf in een gezinshuis geldt dat dit verblijf, zolang de jeugdige dit wenst, kan worden voortgezet tot in ieder geval het 21e levensjaar. Hierna wordt een aanvraag beoordeeld via de criteria uit lid 5.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel