Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 9.5

Toezicht op recht- en doelmatigheid bij individuele voorzieningen in natura en in de vorm van pgb’s

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Zoeterwoude 2026

1.. Het college wijst één of meer toezichthouders aan die belast zijn met het toezicht op de naleving van deze verordening, de toekenningsbeschikking, beleidsregels en – voor zover van toepassing – contractuele afspraken, voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor de beoordeling van de rechtmatige en doelmatige inzet en besteding van individuele voorzieningen en pgb’s, waaronder de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik. 2.. Het college onderzoekt met inachtneming van de Jeugdwet en de daarop gebaseerde regelgeving, de rechtmatigheid en doelmatigheid van individuele voorzieningen en de naleving van de door de gemeente gestelde kwaliteitseisen. Onder ‘kwaliteitseisen’ wordt in dit artikel verstaan: eisen die door of namens de gemeente zijn gesteld in of krachtens deze verordening, beleidsregels, de toekenningsbeschikking en/of contractuele afspraken, voor zover deze zien op rechtmatigheid, doelmatigheid en controleerbaarheid (zoals administratie- en verantwoordingsverplichtingen, VOG-eisen, meldplichten en planmatige vastlegging/evaluatie), en niet op de professionele standaard of zorginhoudelijke kwaliteit. 3.. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van pgb’s met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan. 4.. De aangewezen toezichthouder beschikt over de bevoegdheden als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (AwB) en maakt daarvan uitsluitend gebruik voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de uitoefening van het toezicht (evenredigheid). Daaronder vallen in ieder geval: het vorderen van inlichtingen; het vorderen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden (waaronder – indien relevant – administratie- en verantwoordingsgegevens, declaratie- en betaalgegevens, zorgovereenkomsten en pgb-administratie); het vorderen dat betrokkene zich identificeert (d.m.v. inzage van een identiteitsbewijs) en het betreden van plaatsen voor zover de Awb dat toestaat. 5.. Eenieder is verplicht aan de toezichthouder de medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. 6.. Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van het toezicht, waaronder werkwijze, informatie-uitwisseling, proportionaliteit, verslaglegging en gegevensbescherming. 7.. Het toezicht door het college en de toezichthouder ziet uitsluitend op de naleving van deze verordening, de toekenningsbeschikking, beleidsregels, contractuele afspraken en de rechtmatige en doelmatige inzet van voorzieningen en persoonsgebonden budgetten en omvat geen toezicht op de professionele of zorginhoudelijke kwaliteit (professionele standaard).

Rechtspraak bij dit artikel