Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.2

Toepassingsbereik

Onderdeel van Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Voorschoten 2026

1.. Deze beleidsregel is van toepassing op alle vergunningen, wijzigingen, bijschrijvingen, verlengingen, ontheffingen en intrekkingen waarbij de burgemeester bevoegd is het levensgedrag van een betrokkene te beoordelen, voor zover de toepasselijke wettelijke of verordeningsrechtelijke regeling daarvoor een grondslag biedt. 2.. De beleidsregel is in ieder geval van toepassing op de beoordeling van het levensgedrag bij: een exploitatievergunning voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de APV; een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:25, negende lid, van de APV; een vergunning voor een bedrijfsmatige activiteit in een aangewezen gebouw, gebied of branche als bedoeld in artikel 2:81 van de APV; een vergunning voor een seksbedrijf als bedoeld in artikel 3:3 van de APV, gelezen in samenhang met de artikelen 3:7 en 3:9 van de APV, voor zover de burgemeester daarbij het bevoegde bestuursorgaan is; een Alcoholwetvergunning en de bijschrijving van leidinggevenden op grond van de Alcoholwet; een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet. 3.. Indien in de toekomst in een wettelijke regeling, verordening of beleidsregel een vergunningplicht wordt ingevoerd waarbij het criterium slecht levensgedrag geldt, is deze beleidsregel daarop van overeenkomstige toepassing, voor zover dat past binnen de betreffende regeling. 4.. Deze beleidsregel schept geen zelfstandige vergunningplicht en breidt de wettelijke of verordeningsrechtelijke bevoegdheden van de burgemeester niet uit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel