**1..** Een enkele gedraging leidt in beginsel niet tot het oordeel dat sprake is van slecht levensgedrag, tenzij het gaat om een ernstige of zeer ernstige gedraging.
**2..** Van een ernstige of zeer ernstige gedraging kan in ieder geval sprake zijn bij ernstige geweldspleging, bedreiging met geweld, brandstichting, mensenhandel, arbeidsuitbuiting, zedendelicten, grootschalige drugscriminaliteit, wapenhandel, witwassen of ernstige fraude.
**3..** Meerdere gedragingen die afzonderlijk niet doorslaggevend zijn, kunnen in samenhang leiden tot het oordeel dat sprake is van slecht levensgedrag.
**4..** Van patroonvorming kan sprake zijn indien gedragingen naar aard, frequentie, duur of context wijzen op structurele normoverschrijding, onvoldoende betrouwbaarheid of onvoldoende bereidheid om aanwijzingen en regels na te leven.
**5..** Bij patroonvorming kan ook betekenis toekomen aan gedragingen die op zichzelf bezien minder zwaar wegen, indien zij het beeld ondersteunen dat de betrokkene niet op verantwoorde wijze met de vergunde activiteit zal omgaan.
Hoofdstuk 3:
Artikel 3.6:
Weging en patroonvorming
Onderdeel van Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Voorschoten 2026