Naar hoofdinhoud
1.. Besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen, tenzij de wet anders bepaalt. 2.. De voorzitter stelt vast of stemming noodzakelijk is. 3.. Indien geen van de leden stemming verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 4.. Indien stemming plaatsvindt, geschiedt deze in beginsel door het opsteken van de hand. 5.. Indien een lid daarom verzoekt, vindt een hoofdelijke stemming plaats. 6.. Bij hoofdelijke stemming bepaalt de voorzitter de volgorde waarin de leden hun stem uitbrengen. 7.. De stemming vindt plaats in een door de voorzitter te bepalen volgorde, bijvoorbeeld op alfabetische volgorde of naar zitplaatsen. 8.. Indien de uitslag van de stemming niet eenduidig kan worden vastgesteld, vindt een herstemming plaats. 9.. Indien de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 10.. Stemming over personen geschiedt te allen tijde schriftelijk. 11.. In afwijking van het bepaalde onder 9. geldt dat bij stemmingen over personen een herstemming plaatsvindt. Indien ook bij herstemming de stemmen staken, beslist het lot. 12.. Indien een voorstel als gevolg van het staken van stemmen is verworpen, kan de raad besluiten het onderwerp opnieuw te agenderen voor een volgende vergadering. 13.. De voorzitter stelt de uitslag van de stemming vast.

Rechtspraak bij dit artikel