Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Reikwijdte

Onderdeel van Participatieverordening Midden-Drenthe 2026

1.. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of participatie of toepassing van het uitdaagrecht wordt toegepast. 2.. Deze verordening is niet van toepassing op participatie, inspraak of andere inbreng en initiatieven van inwoners die al zijn geregeld in andere al dan niet gemeentelijke verordeningen, regelgeving of procedures. 3.. Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht. 4.. Er vindt geen participatie of toepassing van het uitdaagrecht plaats als: het een ondergeschikte herziening van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen betreft; het zulks bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; er sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; het de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen als bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet betreft; de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht; de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen; het om een interne aangelegenheid van de gemeente gaat; er risico is op ondermijning van het bestuur; de beïnvloedingsruimte voor inwoners en belanghebbenden nihil is; er andere zwaarwegende redenen zijn om geen participatie toe te passen. 5.. Participatie wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht. 6.. Indien het bestuursorgaan een verzoek krijgt om participatie en besluit geen participatie toe te passen op grond van het vierde lid, wordt dit besluit schriftelijk en gemotiveerd kenbaar gemaakt. Indien het beleidsvoornemen besluitvorming door de gemeenteraad vereist, wordt de gemeenteraad hierover geïnformeerd. De motivering bevat in ieder geval de reden waarom participatie achterwege blijft en welke beïnvloedingsruimte ontbreekt of waarom participatie redelijkerwijs niet kan worden afgewacht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel