Naar hoofdinhoud

Artikel 4.2.4.

Strafrechtelijke inbeslagname

Onderdeel van Beleidsregels hinderlijke en/of gevaarlijke honden

Bestuursrecht is niet het enige middel wat ingezet kan worden voor de inbeslagneming van een hond na een bijtincident. Via het strafrecht kan er ook worden overgegaan tot inbeslagname van een hond. Hierbij moet er sprake zijn van een vermoeden van een strafbaar feit en een heterdaad situatie. Artikel 425 van het Wetboek van Strafrecht biedt hiervoor uitkomst. Art 425 Sr. is een overtreding. Het is aan het Openbaar Ministerie en de Politie om hieraan uitvoering te geven. Concreet moet bij strafrechtelijke vervolging van een bijtincident worden vastgesteld dat er sprake is van (1) een gevaarlijk dier1Een hond kan aangemerkt worden als gevaarlijk dier in strafrechtelijke zin bij bijtrecidive. De politie moet dus registraties bijhouden van eerdere (bijt)incidenten. En als er geen eerdere bijtincidenten bekend zijn, is het belangrijk dat er informatie verzameld wordt over het gedrag van de hond (op grond van bijvoorbeeld verklaringen van buurtbewoners e.d.). en (2) dat de eigenaar er onvoldoende zorg voor heeft gedragen om het dier onschadelijk te houden2Met andere woorden: als de eigenaar weet dat zijn/haar hond gevaarlijk is, moet hij/zij ervoor zorgen dat de veiligheid van andere personen of goederen beschermd blijft..

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel