In deze beleidsregels en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Aanmelding:
Eerste fysieke, digitale, telefonische of schriftelijke contact met het college over een verzoek om (jeugd)hulp, als bedoeld in artikel 7 van de Verordening, gedaan door een jeugdige of diens vertegenwoordiger. Het kan gaan om een onbekende jeugdige of om een jeugdige die al hulp ontvangt en verzoekt om voortzetting van dezelfde of andere vorm van (jeugd)hulp.
Aanvrager:
Jeugdige of diens wettelijk vertegenwoordiger of Gecertificeerde Instelling (GI) die een aanvraag voor specialistische jeugdhulp indient op de daarvoor aangewezen wijze.
Afwegingskader:
Manier waarop het college onderzoekt of en welke voorziening nodig is bij een hulpvraag.
Belanghebbende:
Iemand wiens belang rechtstreeks bij een besluit over jeugdhulp is betrokken, wat vaak zowel de jeugdige als de ouder(s) met gezag omvat. Dit kan bijvoorbeeld een ouder zijn die een aanvraag indient voor een kind (ook een 16-plusser) of een jeugdige zelf, omdat hun belang per definitie geraakt wordt door hulpverlening.
Ten aanzien van bestuursorganen worden de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd.
Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij op grond van hun doelstellingen en volgens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.
Gebruikelijke hulp
Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de ouder(s) en/of andere verzorger(s) of opvoeder(s). Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen neemt het college, gelet op het bepaalde in artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, tot uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van hun kind(eren) bij ouder(s) zelf ligt en dat de hulp die daarvoor nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden en daarbij verplicht zijn om verzorging, voeding, begeleiding en toezicht te bieden. Dit geldt ook als er sprake is van ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. Er wordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont.
Herindicatie:
Een nieuwe indicatie voor specialistische jeugdhulp voor een nieuwe/toekomstige periode, waarbij de aard en omvang anders kan zijn dan de voorgaande of huidige (aflopende) indicatie.
Indicatie:
Vaststelling van de aard en de mate van zorgbehoefte.
Intern overleg:
Overleg binnen een afdeling of meerdere afdelingen van gemeente Opsterland.
Informele jeugdhulp:
Jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 16 van de Verordening, waar het gelet op de inhoud niet noodzakelijk is, dat deze wordt geboden door een specialistische jeugdhulpaanbieder. Informele hulp kan worden geboden door een informele aanbieder of iemand uit het sociale netwerk van de jongere of de ouders. Een voorwaarde is wel dat deze hulp voldoet aan de kwaliteitseisen die het college per situatie vaststelt.
Melder:
Degene die verzoekt om een indicatie voor (specialistische) jeugdhulp, meestal de belanghebbende, een wettelijke verwijzer of een derde-belanghebbende.
Nader advies:
Aanvullend advies dat wordt gevraagd aan een externe jeugddeskundige of een jeugddeskundige die is verbonden aan het college.
Onderzoek:
De wijze waarop de hulpvraag wordt verduidelijkt. Dit is beschreven in artikel 8 van de Verordening.
Regievoering:
Wijze waarop (aan)sturing wordt gegeven aan de onderlinge afspraken tussen betrokken partijen en hoe daarop wordt gemonitord. In de lezing van deze beleidsregels wordt bij regievoering specifiek bedoeld de rol van het Gebiedsteam zoals beschreven in artikel 1 van de Verordening. Regievoering kan worden verdeeld in;
Behandelregie
Sturing op en eindverantwoordelijkheid dragen voor het gehele ondersteuningstraject van jeugdige en/of ouders. Coördineren van zorg, bewaken van samenhang en centraal aanspreekpunt zijn. In het licht van deze beleidsregels wordt bij behandelregie specifiek bedoeld de rol van de zorgaanbieder.
Casusregie
Sturing op de inhoud van doelen die met de inzet van jeugdhulp worden beoogd en controle op de voortgang en effectiviteit van de geïndiceerde jeugdhulp, waaronder ook wordt verstaan coördinatie van betrokken hulpverleners, het op elkaar afstemmen van de ingezette ondersteuning en tijdig bijsturen of aanpassing van de ondersteuning als dat noodzakelijk is op grond van evaluatie van ingezette jeugdhulp.
Procesregie
Regie op het proces bij (zeer) complexe casuïstiek die escaleert of vast dreigt te lopen. De procesregisseur staat tijdelijk naast en stemt af met de casusregisseur vanuit het college.
Regionaal Ondersteunings Plan (ROP):
Schriftelijk format voor verslaglegging van het onderzoek naar het recht op jeugdhulp opgesteld door Sociaal Domein Fryslân (SDF) waarvan de gemeente Opsterland ten minste de uitgangspunten hanteert in haar eigen verslaglegging, volgens de bevoegdheidsverdeling op grond van de centrumregeling SDF.
Sociaal netwerk:
Personen uit de huiselijke kring en andere personen waarmee iemand een sociale relatie onderhoudt.
Soepele overgang:
Het bewerkstellingen van een op elkaar aansluitende hulp- of dienstverlening uitgevoerd door (andere afdelingen van) het college of externe betrokkenen ingeval jeugdigen de leeftijd van 18 jaar bereiken.
Toekomst(perspectief)plan:
Document waarin de jeugdige met hulp van zijn/haar begeleider en of personen uit zijn of haar sociaal netwerk, schriftelijk vastlegt wat de wensen (perspectief) voor de toekomst zijn op het gebied van huisvesting, opleiding/werk, welzijn, financiële situatie, en welke ondersteuning daarbij nodig is en welke krachten en beperkingen een rol spelen bij het behalen van de gewenste toekomstsituatie. Het toekomst(perspectief)plan heeft tot doel dat jeugdigen inzicht krijgen in de regelzaken die het bereiken van de leeftijd van 18 jaar met zich meebrengt zodat hierop tijdig kan worden geanticipeerd. Dit om zorguitval te voorkomen, de eigen regie te stimuleren en tijdig te kunnen sturen op de inzet van passende ondersteuning.
Traject:
Omvat alle ondersteuning die een jeugdige en/of het gezin nodig heeft in een bepaalde situatie.
Tussenevaluatie:
In een gesprek wordt beoordeeld of de geboden ondersteuning tot de afgesproken resultaten leidt. Een tussenevaluatie kan leiden tot een nieuwe indicatie, waarbij een aangepaste beschikking wordt afgegeven.
Vaktherapie:
Een groep zorgaanbieders die beeldende therapie, speltherapie, muziektherapie en/of psychomotorische therapie (PMT) aanbieden. Deze aanbieders zijn in OWO-verband ingekocht en kunnen worden ingezet met een verkort ondersteuningsplan, voorliggend op het specialistische jeugdzorgaanbod.
Verlenging:
Een gegeven indicatie is in duur niet toereikend en wordt voor een duur verlengd.
Verklarende Analyse (VA):
Een methodiek die onderdeel kan uitmaken van het besluitvormingsproces rondom jeugdhulp en voortvloeiend uit op de wet gebaseerde beleidsmaatregelen waarbij een gezamenlijke aanpak wordt beoogd waarin betrokken partijen, de contextuele en omgevingsfactoren en persoons- en gezinskenmerken wordt geanalyseerd om zodoende krachten als zwaktes in beeld te brengen.
Veiligheidsplan:
In dit plan wordt beschreven welke veiligheidsvoorwaarden- of afspraken zijn opgesteld, welke betrokkenen op welke wijze uitvoering geven aan de naleving daarvan, de (onderlinge) verantwoordelijkheid en bevoegdheidsverdeling, en eventuele consequenties van het niet nakomen van afspraken. De gemeente Opsterland gebruikt het format veiligheidsplan van SDF.
(Wettelijke) verwijzer:
Het college (Gebiedsteam), huisarts, medisch specialist, jeugdarts, GI, Rechter, Openbaar Ministerie (OM), Justitiële Jeugd Inrichting (JJI) die toegang tot jeugdhulp verstrekken.
Verordening:
Verordening Hart voor de Jeugd gemeente Opsterland;
Wet:
Jeugdwet
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels Gemeente Opsterland Hart voor de Jeugd 2026