**1..** Het college beoordeelt ten aanzien van het beheer van het pgb de volgende vragen:
Wie gaat het pgb beheren?
Is hij/zij daar, gelet op artikel 15 van de Verordening, toe in staat?
Is er indien nodig een gewaarborgde hulp bij het beheren van het pgb?
Kan de objectiviteit, aanwezigheid en bereikbaarheid van de pgb-beheerder worden gegarandeerd?
Is er een professionele noodzaak voor de hulp, en zo ja is er dan inzet van een professional?
**2..** Het verzoek om een persoonsgebonden budget ter financiering van de inzet van (niet) gebruikelijke hulp geboden door één van de ouders, waarbij de andere ouder namens de jeugdige het budget beheert, wordt in beginsel afgewezen, tenzij objectiviteit en controle voldoende geborgd zijn.
**3..** Voor zover wordt verzocht om persoonsgebonden budget voor ondersteuning bij niet-gebruikelijke hulp zoals bedoeld in 12 van de Verordening, worden de volgende onderwerpen in ieder geval onderzocht:
Wordt de ondersteuning bij niet-gebruikelijke hulp uitgevoerd door, iemand uit het sociaal netwerk of door een formele aanbieder?
Wordt de ondersteuning uitgevoerd door (een van de) ouders?
Is er sprake van een wijziging in de situatie/omstandigheden waardoor de niet-gebruikelijke is toegenomen?
De draagkracht, draaglast en beschikbaarheid van ouders/gezin/sociaal netwerk
Blijft degene die de niet-gebruikelijke hulp levert dit bieden?
**4..** Bij (dreigende) overbelasting van de ouder kan er geen pgb worden afgegeven voor een jeugdige waarvan de zorg wordt verleend door die ouder of diens partner. Het pgb kan wel worden aangewend om een derde in te zetten deze hulp (tijdelijk) over te nemen of daarin te ondersteunen, voor zover deze derde voldoet aan de kwaliteitseisen als bedoeld in artikel 18 Verordening.