**1..** Voor het vaststellen van de hulpvraag wordt onderscheid gemaakt tussen de hulpvraag zoals ouders/jeugdige deze formuleren en de hulpvraag zoals het college deze gelet op de Jeugdwet daaruit objectiveert en vaststelt als bedoeld in artikel 3 van de Verordening.
**2..** De geobjectiveerde hulpvraag mag zich niet beperken tot de specifieke vraag van ouders/jeugdige.
**3..** De hulpvraag wordt door het college geobjectiveerd op grond van de volgende factoren:
Hoe/welke hulpvraag door ouders/jeugdige is geformuleerd;
Welke hulpvraag gelet op de Jeugdwet hieruit kan worden herleid, los van het eventuele specifiek door aanvrager genoemde probleem of gewenste voorziening;
**4..** De hulpvraag die op grond van de Jeugdwet wordt geobjectiveerd, dient als startpunt in het onderzoek naar het recht op (geïndiceerde) jeugdhulp.
**5..** Voor zover de hulpvraag afkomstig is van anderen dan de jeugdige of diens ouders, waaronder GI of jeugdhulpaanbieder, beoordeelt het college of de hulpvraag voldoende objectiveerbaar en in het belang van de betrokken jeugdige is geformuleerd.